Overdenking zondag 21 aug.2022, Ds Jan Bos

Lucas 13, 22-30                      

Jesaja 30: 15-20

Overdenking

Lieve mensen van God, gemeente van Jezus Christus

Reis

Het evangelie van Lucas waar wij de laatste tijd bij voortduring uit lezen is een reisverhaal.

Herhaaldelijk gebruikt Lucas het woord ‘op weg’, of reizen, voorttrekken.

Sommige van ons hebben ook gereisd deze zomer,

maar dit reizen van Jezus is geen tijdelijke vakantiereis, maar een levenshouding.

Jezus is altijd onderweg, hij heeft geen vaste woon- of verblijfplaats.

Hij heeft ook weinig bezittingen om mee te nemen.

Nee, Jezus is ‘op weg’.

Jezus’ leven ligt niet vast dus.

De Mensenzoon heeft geen plaats om zijn hoofd neer te leggen, zegt hij ergens anders.

Dat heeft iets onrustigs, maar ook iets bevrijdends en los.

Zoals het volk Israel 40 jaar op reis was naar het beloofde land,

zo is Jezus ook op reis, naar Jeruzalem.

Herhaaldelijk staat dat erbij, ook vandaag.

Nog een tijdje en dan zal hij door de poort Jeruzalem binnengaan.

Wat wil Jezus eigenlijk bereiken met zijn reis?

Uit alles wat wij over zijn reis lezen blijkt dat Hij mensen op weg wil helpen.

Mensen die de weg kwijt zijn,

of op het verkeerde pad zijn geraakt.

Daarvoor geeft hij ‘onderricht’ onderweg.

Catechese, vorming en toerusting, pastorale gesprekken.

Zoals ook in dat gedeelte van Jesaja wordt gesproken over het onderricht van een leermeester.

Onderweg kan hij veel mensen tegen komen.

Andere mensen zonder vaste woon- en verblijfplaats.

Maar ook gesettelde mensen, die zich ten diepste dakloos en thuisloos voelen.

Jezus’ losse manier van leven trekt mensen aan maar irriteert anderen.

Het zet in elk geval aan tot denken.

De vraag naar redding

Zo ook in dit gedeelte.

Er komt iemand op hem af met een vraag:

“Zijn er maar weinigen die worden gered?”

Het is een beetje een angstige vraag van iemand die waarschijnlijk al een tijdje naar het onderricht van Jezus geluisterd en vermoed hij uit de woorden van Jezus dat de echte redding van een mens niet voor de hand ligt.

Misschien heeft hij de woorden van Jezus die we vorige week hoorden ook wel gehoord.

Over de doop die wij mensen moeten doorstaan,

over het vuur dat Jezus komt brengen op aarde

en de verdeeldheid die dat kan oproepen.

Over de vurig aansporing van Jezus om het recht te zoeken en te doen.

De man of vrouw die de vraag stelt is er niet rustiger van geworden.

Hij zit met de vraag waar wij mensen allemaal ten diepste mee zitten:

‘hoe word je als mens gered?’.

Hoe zou je moeten leven?

Waartoe ben ik geroepen?

Wat moet ik met mijn leven en hoe vul ik dat het beste in?

Wie red mij van mijn verdriet of eenzaamheid?

Wat moet ik met mijn fouten en schuld, maar ook: hoe ga ik om met mijn boosheid?

Het lijkt net of de vragensteller in gewetensnood is.

Of zou het kunnen zijn dat deze vragensteller van zichzelf denkt dat hij al gered is en op de goede weg?

En dat hij daarbij  tot een kleine, uitgelezen groep mensen hoort?

De deur

Jezus antwoordt verrassend met het beeld van een deur in een huis.

Hoe kom je binnen?

Hoe kom je thuis bij God, bij jezelf?

Jezus bedoelt met dat huis het Koninkrijk van God.

Dat blijkt uit vers 28.

Het doel van Jezus’ reis was Jeruzalem, het huis van de Vader.

Allemaal andere woorden voor het Koninkrijk van God.

Op heel zijn reis legt Jezus op allerlei manieren uit wat dat Koninkrijk is en hoe je er aan deel kunt nemen.

Vandaag met het behulp van de deur in een huis.

Er staat bij dat het een smalle deur is.

een deur met een stenose, staat er in de grondtekst, een vernauwing.

Zoals je een stenose in je rug kunt hebben.

En zo’n stenose kan erg pijn doen.

Het binnengaan in dat huis, in het Koninkrijk van God, doet pijn.

Het is geen gemakkelijke weg naar de redding.

Je moet je rugzak afdoen, je moet je klein maken en smal, je moet je bukken.

De weg die eigenlijk de meeste weerstand oproept.

Wat wordt daar nu allemaal mee bedoeld?

Ik denk dat Jesaja 30 daar bij kan helpen.

Ook daar wordt de vraag naar de redding gesteld.

Het volk Israël kiest volgens de profeet Jesaja voor de vlucht naar voren.

Ze zoeken hun heil in het bondgenootschap met grootmacht Egypte,

in de snelheid van paarden.

Terwijl de echte redding ligt in rust en inkeer, in geduld en vertrouwen, spreekt Jesaja namens God.

Wij mensen vinden dat zo moeilijk.

We doen wel ons best om door die smalle deur naar binnen te gaan, maar we geven het al snel op.

Het ligt zo voor de hand om te kiezen voor het gemak en de luxe,

voor ons eigen hachie,

ons eigen straatje.

ons eigen gelijk.

Wij vluchten in overvloed, veelheid, gemak, overdaad.

Wij doen ons liever groot voor naar anderen.

Het ligt zo voor de hand om te kiezen voor de groep en voor de vaste gewoontes.

De mensen die buiten op de deur staan te kloppen zeggen:
“Heer, wij kennen elkaar toch zo goed,

we hebben naar u geluisterd en met u de maaltijd gehouden?”.

Jezus wijst op de smalle deur in het huis van het Koninkrijk.

Daar zul je toch echt alleen doorheen moeten.

Zonder rugzak, zonder een ander mens, zonder traditie.

Jezus bedoelt dat wij mensen ieder voor zich op zoek moeten gaan naar de waarheid in onszelf.

Naar datgene wat God in iedere ziel van ons heeft gelegd:

de menselijkheid en de goedheid,

de openheid en de kwetsbaarheid.

Als we al het andere kunnen afleggen,

onze drang naar bezit en grootsheid en veiligheid,

dan kunnen wij de koninkrijkszaal binnengaan waar de maaltijd wordt gevierd.

Jaarthema

Het jaarthema van de protestantse kerk dit jaar is “Aan tafel’.

Daar gaan we op de ontmoetingszondag op 18 september mee aan de slag.

En ook in de weken daarna.

Dit verhaal is eigenlijk ook al een maaltijd-verhaal.

Tot twee keer toe wordt de maaltijd genoemd.

“Wij hebben toch met u gegeten en gedronken!” zeggen de mensen die nog buiten staan.

Ja, zegt de Heer des huizes, maar je hebt je niet echt laten kennen en daarom ken ik je niet.

Je hebt de smalle deur niet gevonden en daarom is het te laat.

De ingang van het Koninkrijk is de smalle weg.

De weg van de kleine menselijkheid.

De bescheidenheid, de laagmoed en het vermogen om je eigen mening altijd tegen het licht te houden.

Het geloof in God is een onzekere reis, op weg naar Jeruzalem.

We kunnen ons niet vastklampen aan ons grote dikke IK, aan de groep om ons heen,

aan ons bezit of status, aan grootmachten en wapens.

In rust en inkeer ligt jullie redding, spreekt Jesaja namens de Heer

En in de bereidheid om te bukken, voegt Jezus daar aan toe.

zo moge het zijn

Eerstvolgende viering

Actie Kerkbalans

Download de Collecte App

qr cvk