Overdenking zondag 14 aug. 2022, Ds. Jaap de Raadt

Overdenking

op zondag 14 augustus 2022 in de Jacobuskerk te Rolde

Schriftlezingen: Jeremia 23, 23 – 29 en Lucas 12, 49 – 56

Lieve mensen, gemeente van Christus,

Volgens de getuigenkalender is het vandaag, 14 augustus, de gedenkdag van de Poolse Franciscaan en priester Maximiliaan Kolbe. Nu doen wij, protestanten, niet aan heiligenverering. U kijkt er misschien ook vreemd van op dat ik er aandacht aan besteed. Die naam zegt ons waarschijnlijk ook niets. Waarom het, tussen twee haakjes, toch jammer is dat we er niet aan doen…

Kort iets over hem. Geboren in 1894 in midden Polen, wordt hij op jonge leeftijd in een visioen geroepen het klooster in te gaan. Als hij na studie in Rome weer terug is in zijn land, sticht hij een aantal kloosters, waarvan dat in Polen uitgroeit tot het grootste ter wereld. Ondertussen blijkt Kolbe ook over journalistieke kwaliteiten te beschikken en ontpopt hij zich als fel criticus van de vijanden van de Kerk, waaronder het communisme. En wanneer in 1939 de Duitsers het land binnenvallen en zijn klooster inmiddels meer dan 3000 vluchtelingen herbergt, laat hij dan ook niet na anti-naziboodschappen de wereld in te sturen. In 1941 wordt hij opgepakt en komt terecht in Auschwitz. Als daar een ontsnappings-poging door één van de gevangenen mislukt, worden als represaillemaatregel tien willekeurig uitgekozen mannen tot de hongerdood in een bunker veroordeeld. Kolbe biedt zich als plaatsvervanger aan van één van die tien, een vader van een jong gezin. Als na een paar weken blijkt dat Kolbe nog niet is bezweken door hongeroedeem en uitdrogingsverschijnselen, dienen ze hem op 14 augustus een dodelijke injectie toe. In 1971 wordt Maximiliaan Maria Kolbe zalig verklaard, in 1982 heilig. 

En nu noem ik hier zijn naam, vanwege 14 augustus natuurlijk, maar om nog een ándere reden. Iemand heilig verklaren, zo vreemd ís dat nog niet! Heiligen wil zoveel zeggen, dat je iemand een aparte status geeft. Want deze persoon was zó’n hoofdstuk apart. Hij kan tot voorbeeld dienen. Impliciet wordt er echter ook mee uitgedrukt, dat het slechts voor weinigen is weggelegd tot zo’n grote hoogte te stijgen. Hoe verdrietig ook te constateren, de meesten van ons zullen het nooit zover brengen.  

Maar daarmee bevinden we ons wel meteen midden in het spanningsveld, zoals ik het dan maar noemen zal, dat door beide lezingen van vanmorgen bij ons opgeroepen wordt.

Het is niet bepaald lichte, zomerse kost wat ons met deze Schriftgedeelten wordt opgediend. Integendeel! Beperken we ons eerst tot de evangelielezing: we voelen ons nogal ongemakkelijk bij de uitspraken die Jezus doet, om niet te zeggen: geschokt. Want zo zien we Hem niet graag: als iemand die verdeeldheid zaait. Als vredestichter, ja! Maar Hij zegt nu gekomen te zijn om vuur op de aarde te werpen. En te werpen ook, hè. Woorden die ons allesbehalve geruststellen…

Laten we ons allereerst realiseren, dat Hij deze dingen zegt ten overstaan van zijn leerlingen. Later pas zal Hij zich tot de menigte richten, tot ons, zou je kunnen zeggen. Maar wordt wat Hij zegt daar ánders van? Minder heftig? Dat staat nog te bezien. Als we zien hoe Hij die schare vervolgens aanspreekt! Met het opnieuw allesbehalve geruststellende ‘huichelaars!’ of ‘hypocrieten!’, zoals het in de grondtekst staat…   

Het doet toch wel bij ons de vraag opkomen of Hij op dit moment zichzelf wel is…

Ja, of is Hij inderdaad het verlengstuk van die God, over wie we bij Jeremia lezen, dat Hij ‘een God van ver’ is? God tronend in de hemel, aan wiens blik niets ontgaat, en die zal optreden zodra Hem iets niet bevalt bij de mensen. En komt de Zoon dus op aarde om inderdaad het alles verterende vuur te ontsteken, het vuur van de oordelende God. Maar ook dat kunnen, willen we, niet geloven…

Maar dat Hij niet helemaal zichzelf is…

Wel vaker moet de kring van zijn meest nabije medewerkers het ontgelden. Het is ook een zegswijze, niet? Dat de liefsten de zwaarste klappen moeten incasseren. ‘Jullie, kleingelovigen!’ wordt hen dan naar het hoofd geslingerd. Met daarin duidelijk de echo van ergernis en boosheid van de Meester over zoveel traagheid van begrip; van hoe gefrustreerd Hij zich daar wel niet over voelt…

Is het hier frustratie? In elk geval zet Hij zeer scherp aan in alles wat Hij zegt, gebruikt Hij woorden die je niet bepaald uit zijn mond verwachten zou, die ongemakkelijk, hoogst onwelgevallig klinken. Maar, om precies te zeggen waar het Hem om gaat? Uit vrees wellicht dat anders zijn missie gedoemd is te mislukken?...

Soortgelíjke gevoelens herkennen we bij Jeremia. Ongelofelijk hoe druk die zich maakt over collega-profeten die zichzelf, maar daardoor ook hun hoorders, een rad voor ogen draaien door te zeggen dat zij van Godswege een droom hebben gehad. Leugens zijn het, aldus de profeet. Het kan niet anders of het is hun eigen droom! Het woord van de Ene is namelijk niet zoals wij het graag zouden wíllen horen, of zoals het ons het beste van pas komt! Is zijn woord niet als een vuur, als een hamer die een rots verbrijzelt? Een breuk forceert het, een breuk met hoe het altijd is gegaan. Blijf niet staren op wat vroeger was. Het zet het leven van wie er gehoor aan geven wil compleet op z’n kop…

Jezus heeft dus iets van een profeet?…

Het meest duistere, geheimzinnige deel van Zijn woorden is als Hij zomaar, als uit het niets, lijkt ‘t wel, begint te spreken over een doop die Hij moet ondergaan. Waar komt die gedachte zo plotseling vandaan, vragen wij ons af. Een doop bovendien die Hem heel sterk bezighoudt - beklemt, staat er zelfs! - zolang die nog niet aan Hem voltrokken is. Maar zo, ‘als uit het niets’, zijn die woorden niet. Deze doop heeft alles te maken met het vuur dat Hij op aarde werpen komt!…

Want natuurlijk spreekt Hij dan over zijn aanstaande dood. Het vuur dat Hij komt brengen, en waarvan Hij zou willen (staat er veelzeggend achter) dat het al brandde, dat vuur zal Hem zijn leven kosten. En dat wéét Hij, en het zal Hem kwellen zolang het nog niet zover is. Maar het is wel wat door het vuur veroorzaakt wordt: je geven aan wat de Ene met deze wereld wil, aan wat Hem daarbij voor ogen staat, vraagt veel van een mens, heel veel, z’n hele leven… 

Hoe treffend is de doop daar een beeld van, trouwens! De doop die ons bij water brengt, bij een rivier die ons nog scheidt van hoopvolle overkant. En nu is het zo: die overkant willen we allemaal bereiken. De nieuwe wereld die er te wachten ligt wíllen we werkelijkheid laten worden hoe dan ook, maar liefst op ónze manier. Alleen, dat die overkant slechts te bereiken is door dwars door dat water heen te gaan, er kopje-onder in te gaan, en boven je het water zich zien sluiten en denken dat je er geweest bent, ja, dat gaat wel heel erg ver. Zoals we al zagen: het is slechts weinigen gegeven de Heer daarin te volgen…

En het is alsof Jezus, sprekend binnen de intimiteit van z’n meest nabije vrienden, zich dat nu ook volledig realiseert, maar ook durft uitspreken: ‘Wat Ik brengen kom in deze wereld, het is als een gloeiende kool, die je oppakt uit het vuur omdat ze je die heerlijke warmte brengt; maar zodra je haar in je handen hebt, werp je haar als in een reflex meteen van je af. Je kunt je er flink aan branden namelijk. Explosief is mijn boodschap ook. Het kan levens door elkaar schudden. Zorgt voor verdeeldheid. Vaders zullen tegenover hun zonen komen staan, zonen tegenover hun vaders. Je bent vóór of tegen Mij, met alle consequenties van dien… Maar, natuurlijk kom Ik geen verdeeldheid brengen. Dat is verre van Mij. Vrede is juist wat Ik voorsta. Maar ga je daarin mee als volgeling van Mij, kan dat ervoor zorgen dat hele families verscheurd raken, volkeren zelfs tegen elkaar opstaan…’   

Op dat moment moet het heel stil onder de leerlingen geworden zijn. Ont-moedigd zullen ze zich gevoeld hebben na die woorden. Want hebben die op deze manier niet het tegenovergestelde bewerkstelligd van wat Jezus er eigenlijk mee beoogde te zeggen? Maar Hij zal antwoorden: ‘Ik moet, nu het erop aankomt, nu eenmaal duidelijk maken hoe het zit. De komst van het Koninkrijk gaat niet over rozen.’ 

En wij? Zien we bij ons de moed ook in de schoenen zakken? We zeiden het al: voor zeer weinigen is het weggelegd. Maximiliaan Kolbe is een uitzondering, daarom is hij ook heilig verklaard. Durven wij dwars door het water, kopje-onder dus, naar de overkant te gaan? Of blijven we erbij liever een brug te bouwen? Of langs een omweg er te komen? Nóg liever het water helemaal te mijden, om ‘veilig’ aan déze kant te blijven. Terwijl we het lonkende Land van Belofte ongebruikt laten liggen!… 

Zijn we soms bang voor de conflicten? Het zal, denk ik, in de huidige tijd niet zo vaak meer voorkomen dat omwille van het Koninkrijk vaders tegenover zonen komen te staan, en moeders tegenover dochters. Hoewel dat natuurlijk afhangt van wat je precies onder dat Koninkrijk verstaan wilt. Een veel groter gevaar, zo schat ik in, is de grote onverschilligheid waarmee tegenwoordig de boodschap van, maar ook  de kerk zelf tegemoet getreden wordt. Je kunt er soms niets eens meer met elkaar over praten!...

Maar intussen is er wel een Wereld te winnen. Een ongekende, tegelijk toch ook weer niet zo’n onbekende wereld. Niet voor niets dringt de Heer erop aan de sprong toch te wagen. En gelooft Hij ook dat we het kúnnen…

Want kijk, als het nu verschrikkelijk moeilijk was wat van ons gevraagd wordt. Als het nu iets was wat buiten ons bereik ligt. Die ándere tekst uit de Schrift mag ook bij ons rond blijven zingen, tekst als een uitdaging. ‘Het woord dat u en mij ten leven roept is niet te hoog, is niet te diep voor mensen die ’t zo traag beamen. Het is niet aan de overzij. Het is ook in de hemel niet’. Je hoeft er m.a.w. geen onmogelijke toeren voor uit te halen. ’Nee, zeer dicht bij je is het: in je mond en in je hart, zodat je het kunt doen!’  

En we zien het aan Maximiliaan Kolbe: wij zijn zeker de eersten niet die deze uitdaging zullen oppakken…

Moge dat zo zijn!

ds. Jaap C. de Raadt, Assen

Eerstvolgende viering

Actie Kerkbalans

Download de Collecte App

qr cvk