Overdenking Zondag 13 juni, Ds. Jan Bos

teksten: Markus 4, 26-34 en Psalm 1

Inleiding op de lezingen

Vandaag lezen we verder uit het evangelie van Marcus. Het zijn twee korte gelijkenissen: één over zaad dat wordt gezaaid en dat tijd nodig heeft om op te komen en de andere over het mosterdzaadje dat zeer klein is maar uitgroeit tot een boom waarin de vogels nestelen kunnen. Twee gelijkenissen over het Koninkrijk van God die ons bepalen bij onze menselijke gevoelens van ongeduld, verlangen naar de oogst en ons gevoel dat het ‘niet veel voorstelt wat we doen’. 

Een klein zaadje kan worden tot een grote boom waarin de vogels nestelen. Dat is een beeld wat vaker voorkomt in de bijbel. Daarom lezen we ook psalm 1

Overdenking

Lieve mensen van God, gemeente van Jezus Christus,

1) Gevoelens

De gelijkenissen die Jezus aan de mensen destijds vertelde spreken ook nu nog tot de verbeelding.

Iemand zei: verhalen en gelijkenissen zijn een geweldloze vorm van leren.

Het zijn geen preken, maar boodschappen, verpakt in een verhaal.

En als je het wilt en er aan toe bent, pak je die boodschap uit en betrek je die op je leven.

Wie de schoen past, trekke hem aan.

De gelijkenissen van Jezus bieden een soort ruimte dus.

Ze hebben geduld met de hoorder.

Ze nodigen de hoorder uit om te verstaan en de boodschap tot zich te nemen.

De gelijkenissen zijn als zaad dat in de aarde wordt gestrooid en kan gaan groeien.

Zoals ook deze overdenking bedoeld is als een zaad dat uitgestrooid wordt.

Of het iets oplevert?

Nou ja, dat is nou precies waar het in de gelijkenissen van vandaag over gaat:

wat levert het op?

Wat levert mijn leven op?

Wat zaai ik eigenlijk?

Is dat goed spul of is het onkruid?

Je kunt immers ook wind zaaien en dus storm oogsten!

De twee korte gelijkenissen van vanmorgen roepen van alles op.

Ze raken aan onze gevoelens van onzekerheid over ons handelen.

Ze raken aan onze wanhoop over de oogst waarover wordt gesproken.

Maar is er wel een oogst?

Dat koninkrijk van God, wordt dat nog wat?

En die tweede korte gelijkenis over het mosterdzaadje appelleert aan gevoelens van onzekerheid en minderwaardigheid waar mensen mee te kampen hebben:

wat stel ik nou eigenlijk voor?

heb ik wel genoeg gedaan in mijn leven?

Het zijn twee prachtige kleine beeldverhalen, op de drempel van de zomer.

De boeren hebben met karrevrachten gras en hooi van het land gehaald vorige week,

de natuur is op zijn volst

de koolmezen in de brievenbus van onze kerk staan op uitvliegen,

Ruben van der Weide is zover gegroeid dat hij naar de middelbare school kan,

en juist nu lezen over het zaad en de oogst.

En over het geduld dat we mogen hebben om tot die oogst te komen.

2) Gelijkenis 1

De twee korte gelijkenissen van vanmorgen zijn onderdeel van een reeks vertellingen over zaad.

Hoofdstuk 4 begint met de bekende gelijkenis van de zaaier:

over het zaad van het Woord van God dat maar voor een deel opkomt.

Een groot deel gaat verloren.

Dat hangt van de ontvangende partij af dus.

Of zij horen willen of niet.

Nu gaat Jezus verder met de zendende partij: de boer, de zaaier.

Deze korte gelijkenis staat opvallend genoeg alleen in het Markus-evangelie en niet in Mattheus of Lukas.

Ik kan dat niet verklaren, want het is een prachtig beeld dat Mattheus en Lukas toch zomaar hadden kunnen overnemen van Markus, zoals ze wel meer deden.

Maar je begrijpt wel meer niet in het leven.

Daar gaat die gelijkenis ook over: een boer werpt zaad in de aarde.

Vervolgens kan hij eigenlijk niet veel meer doen dan gaan slapen.

Immers: dat zaad moet zijn eigen gang gaan.

Dat begrijpt de boer niet.

Het groeit automatisch, staat er letterlijk in het Grieks.

De boer weet niet hoe dat zaad werkt.

Hij moet het loslaten.

Hoogstens kan hij overdag gaan kijken hoe het er bij staat,

hij of zij kan nog water geven en er mest bij doen,

maar dat groeien zelf: daar heeft hij niks over te zeggen.

Wie bedoelt Jezus met die boer, met die landman?

Is het God zelf, die zichzelf heeft uitgedrukt in de schepping en het vervolgens overdraagt aan de mensen?

Geduldig wachtend?

Of doelt Jezus op ons mensen die ook elke dag zaaien, in de hoop op goede vruchten?

En wat is dan dat zaad precies?

Is het wel goed spul?

Is het van goede kwaliteit?

Immers: wij mensen kunnen ook haat zaaien, onkruid en achterdocht verspreiden, noem maar op.

Ik denk dat het allemaal tegelijk kan.

Deze gelijkenis gaat over verschillende sporen.

God zaait zijn wereld.

Hij zaait geloof en liefde.

Hij geeft ‘het’ zijn beminden in de slaap.

Hij zaait zijn naam in onze diepste dromen.

In onze ziel, in ons hart, ons geweten.

En dan hoopt hij dat het opkomt in ons.

Maar ook wij, op onze beurt, mogen hopen dat het zaad dat wij uitwerpen gaat groeien.

Als wij ons werk doen, als wij onze kinderen opvoeden, als wij werk voor de kerk doen of voor het dorp,

dan zie je misschien niet direct resultaat,

maar je hebt je best gedaan.

En dan mag je gaan slapen.

Het zaad zal ‘automatisch’ groeien.

Dat vinden wij moderne mensen moeilijk.

Want wij hebben vaak haast en willen alles maken en resultaten overleggen.

De boer wil het maximale uit zijn grond halen en gooit er kunstmest en onkruidverdelger overheen.

Zo zijn wij mensen: wij trekken de aarde leeg i.p.v. dat we de aarde laten ‘geworden’.

Dat blijkt ook uit de gesprekken die wij met elkaar voeren:

is er vaak geen ruimte, geen stilte.

We vullen de woorden van de ander aan met ons advies of ons eigen verhaal.

Zonder die ander te laten ‘geworden’.

Zo kan de ander nooit groeien.

Ruimte en geduld.

Dat leert de eerste gelijkenis van vanmorgen.

Natuurlijk moet je iets doen in je leven: zaaien, proberen.
Maar dan is het loslaten en gaan slapen.

En vertrouwen hebben in dat zaad zelf.

3) Tweede gelijkenis

De tweede gelijkenis over het mosterdzaadje raakt iets anders wezenlijk in ons mensen:

onze minderwaardigheidsgevoelens.

Ook dit heeft met vertrouwen te maken.

Jezus was zelf als een mosterdzaad.

Zo klein was het groepje waarmee hij rondtrok door het land.

Het was een belachelijk klein groepje, met een belachelijke boodschap van een Koninkrijk,

zoeken wat verloren is, onreine geesten uitdrijven, de linkerwang toekeren, vergeven en liefhebben tot het uiterste.

De mensen lachten erom, zelfs zijn familie verklaarde hem voor gek, en ze kruisigden Hem.

Wie denk je wel dat je bent Jezus?

Maar dit mosterdzaadje werd een grote boom

Een boom des levens, waar nog elke dag mensen schuilen en troost vinden en inspiratie.

Maar dit mosterdzaadje gaat ook over ons.

Wij moeten niet te klein denken over onszelf.

Elke kleine daad kan grote gevolgen hebben.

Een vlinder die hier opstijgt kan elders een frisse wind veroorzaken.

Wat een prachtig beeld: wij mensen kunnen een grote boom worden waar vogels in nestelen.

Eerstvolgende viering

  • Viering Jacobuskerk, 28 nov 2021 10:00 uur 1e Advent. Reserveren van een zitplaats via de knop "dienst bijwonen" op deze website. Online te beluisteren via kerkomroep.nl

Dienst bijwonen? Hier reserveren!

Download de Collecte App

qr cvk