Overdenking zondag 6 juni 2021, Ds. Jan Bos

Marcus 3, 20-35 en Handelingen 2: 43-47

Inleiding

Vandaag lezen we volgens het bijbelrooster verder uit het evangelie van Marcus. Het thema is: “Van je familie moet je het hebben”. Jezus’ verwanten denken dat hun familielid gek is geworden en willen Hem tegen zichzelf in bescherming nemen. Ook de Schriftgeleerden menen dat Jezus door de duivel bezeten is. Maar wie is er hier nu ‘bezeten’ door onreine geesten? Jezus neemt afstand van zijn bloedverwanten en noemt Geestverwanten ‘broeders en zusters’. Mensen die de wil van God zoeken: het kwade en het onreine in deze wereld vastbinden, aan de kaak stellen en van binnen uit leegroven. 

Als wij ons in de gemeente van Christus als broeders en zusters beschouwen, dan is dat een prachtig beeld. Maar wat zeggen we daar dan mee? Een spiegelverhaal naast Markus 3, 20-35 is daarom het prachtige verhaal over de eerste gemeente: Handelingen 2: 43-47. 

Overdenking

Broeders en zusters, gemeente van Jezus Christus,

1) Familie (1)

Ik spreek u vanmorgen aan met broeders en zusters, zoals dat vroeger altijd gebeurde in de kerk.

Dat klonk wel wat zwaar en daarom hebben we dat veranderd, maar vandaag horen we Jezus spreken over wie zijn ‘broeders en zusters’ zijn en daarom die aanhef.

Broeders en zusters dus.

We horen vanmorgen over de familie van Jezus, die naar hem op zoek is.

“Degenen die bij hem zijn” staat er heel algemeen.

Zijn ‘verwanten’.

Dat is nogal een precair onderwerp.

Ik ken namelijk veel mensen die best moeite hebben met hun bloedverwanten.

Broers en zussen die totaal verschillend zijn,

elkaar nauwelijks zien of spreken

of elkaar zelfs mijden.

De ene dochter gaat veel naar haar oude moeder,

de andere dochter laat de zorg vooral over aan haar zus.

En dat schept wrevel.

Broers en zusters die grote moeite hebben om de uitvaart van hun ouders in vrede te regelen,

omdat de verschillen in levenswijze te groot zijn.

Zusters en broeders die elkaar na de uitvaart daarom helemaal niet meer opzoeken.

“Van je familie moet je het maar hebben”, zeggen we dan schamper.

Vrienden kies je, met familie moet je het maar doen.

Hoe verantwoordelijk ben je daar eigenlijk voor?

Ook in ons bijbelgedeelte denkt Jezus heel anders over familie dan zijn eigen familie.

Jezus is thuis.

Hij heeft veel mensen genezen van boze geesten in hen bevrijd.

Jezus is enorm populair en hij heeft haast geen kans om te eten, staat er zelfs.

Zijn familie maakt zich zorgen.

Waar is hun Jezus mee bezig?

Is hij gek geworden?

Ze zijn van plan om hem -desnoods onder dwang- mee te nemen.

In het Grieks staat er een zeer krachtig woord: ‘overmeesteren’.

En dat woord zal een grote rol spelen in het vervolg:

wie heeft de macht over wie?

Het is een strijd tussen Jezus en demonen,

maar ook een machtsspel van familieleden en de schriftgeleerden die hierna komen opdagen.

Wat bezielt de familie eigenlijk?

Het zou bezorgdheid kunnen zijn. Dat klinkt goed, toch?

Maar er klinkt ook angst in door:

Waar ben je me bezig Jezus?

Je bezoedelt onze familienaam

Doe even normaal

Ga terug in je hok.

Dit is niet goed voor jou, maar ook niet voor ons.

De familie wil niet dat Jezus met zijn hoofd boven het maaiveld uitsteekt.

En daar zit niet alleen bezorgdheid onder maar ook angst voor het onbekende.

Deze Jezus doet abnormale dingen!

En hij is er ook nog een ‘van ons’!

Wat zullen de mensen wel niet van ons denken…!

2) De Schriftgeleerden

Voordat we verder horen hoe dat afloopt met die familie van Jezus krijgen we een langer intermezzo.

De schriftgeleerden maken zich op hún beurt ook zorgen om deze vreemde Jezus.

Hij drijft boze geesten uit.

En dat is niet normaal.

Hier moet gehandhaafd worden.

Hier gebeuren wonderlijke dingen: mensen worden genezen.

Dat kan niet zo zijn.

Dit moet een duivels persoon zijn die zelf bezeten is door een demon.

Ook hier komt de vraag boven: wat drijft deze schriftgeleerden?

Is het een werkelijke bezorgdheid om de juiste leer, om de mensen, om het geloof?

Of is er ook hier een verborgen agenda, een verborgen kracht in hen?

Zijn ze bang voor onrust, voor verlies van hun gezag?

Ze zeggen iets heel vreemds: als je boze geesten uitdrijft moet je zelf wel in de ban zijn van de oppergod der boze geesten, de duivel zelf.

Zoals iemand die zelf een boefje is geweest een hele goede opvoeder kan zijn omdat hij weet wat er in boefjes omgaat.

Zou hun gedachtengang kloppen?

Jezus roept hen bij zich en leert hen een les over demonen en boze krachten,

met behulp van een duidelijk voorbeeld.

3) Kwade machten

Jezus spreekt de schriftgeleerden en al die anderen in dat volle huis toe.

Jezus zegt: eigenlijk is het allemaal heel raar wat jullie naar voren brengen.

De duivel die zichzelf zou uitdrijven in anderen mensen.

Maar als er één ding wat het kwade niet wil is zichzelf uitdrijven!

Het kwade wil zichzelf juist altijd handhaven!

Hier komen we volgens mij bij de kern van dit bijbelgedeelte.

Misschien zelfs wel van het hele evangelie van Markus.

Want Markus heeft het heel vaak over de macht van de duivel en boze geesten.

De macht die anderen wil beheersen, wil bezetten.

Zoals de familie en ook de schriftgeleerden Jezus willen ‘beheersen’, mee willen nemen, willen sensibiliseren.

Het zijn de kwade machten in deze wereld die huishouden in dictators als Loekansjenko in WitRusland.

En in allerlei andere machthebbers die van geen wijken weten,

die geen sorry kunnen zeggen en plaats maken voor een ander.

Het zijn de krachten die huishouden in de levens van de Eritrese soldaten die massaal vrouwen verkrachten, in opdracht van hun leidinggevenden.

Maar het zijn ook de krachten in onszelf, die ons levenshuis beheersen.

De krachten van egoïsme en trots, eigenwijsheid en wraakgevoelens.

Nee, het zou te makkelijk zijn om die demonen en die satan alleen toe te schrijven aan dictators.

Die demonen bezetten ook ons leven op zijn tijd.

Wat Jezus nu doet is die boze geesten te lijf gaan.

Hij gebruikt een voorbeeld van een dief die een huis wil leegroven.

Dan moet je eerst de heer des huizes ‘vastbinden’.

Dat is nu precies wat Jezus doet in het leven van bezeten mensen:

hij dringt hun levenshuis binnen en bindt de kwade macht vast op een stoel.

Om vervolgens alle spullen en restanten van deze kwade macht mee te nemen en te roven.

Ik vind dat een prachtig en krachtig beeld.

Er zijn veel verhalen van mensen die verslaafd waren aan drugs of alcohol,

die door deze radicale binnendringing van Jezus in hun leven werden leeggehaald en gezuiverd.

Zodat ze hun levenshuis opnieuw konden inrichten.

Maar ook in ons leven kan dit een krachtig beeld zijn.

Jezus is er op uit om ook ons leven te zuiveren van kwade en destructieve machten.

Zijn familie en de schriftgeleerden willen Hem binden en meenemen,

maar Jezus wil op zijn beurt mensen verlossen van de krachten die hun leven overheersen.

En elke dag klopt hij aan de deur van de harten van mensen in deze wereld,

om levenshuizen te doorwaaien met zijn Geest.

Om ze op te frissen en nieuw leven in te blazen.

Als mensen hun deuren dichthouden.,

sterker nog: als zij die Geest willen vastbinden, dan zijn ze pas echt verloren, zegt Jezus.

4) De familie (2)

Dat is zeer krachtige taal van Jezus.

Van de schriftgeleerden horen we niets meer.

Zij zijn het huis uitgeblazen….

Het verhaal komt nu terug op de familie van Jezus,

Zij zijn intussen aangekomen om Jezus mee te nemen en tegen zichzelf te beschermen.

Buiten het huis blijven ze staan en ze laten Jezus weten dat ze er zijn.

Hij zal dan vanzelf wel naar buiten komen, toch?

Familie gaat voor toch?

Maar Jezus schoffeert hen bijna.

Hij komt niet eens naar buiten!

Mijn broers en moeder en mijn zussen zijn de mensen die de wil van God doen, zegt hij.

Over de Vader wordt niet gesproken.

Dat is God zelf, uit wie Jezus leeft.

Zijn verwanten zijn de verwanten in de Geest van God.

Geestverwanten.

Familieleden die ook de wil van God doen, namelijk: boze geesten uitdrijven.

Dit is natuurlijk een gevaarlijk stuk.

Want wie bepaalt wat de wil van God is, 

waar de boze geesten zitten.

Je kunt makkelijk tegen een ander zeggen dat hij of zij gek is, bezeten, of eigenwijs.

En nog erger is het om dat dan de wil van God te noemen.

Toch is Jezus is hier heel scherp en krachtig.

Hij is gekomen om mensen te bevrijden van kwade machten die hun levenshuis bezetten.

            5) De gemeente van de Jacobuskerk

Als wij ons in onze gemeente broeders en zusters noemen,

dan is dat omdat wij ons broeder en zusters willen weten van deze Jezus.

Wij verbinden ons leven aan hem als de ware wijnstok, het hoofd van het lichaam, het stamhoofd van onze familie.

Samen zoeken wij naar de kwade machten in de wereld om ons heen

en naar de kwade machten die huishouden in ons eigen leven.

Dat is een prachtig beeld voor ons als gemeente.

Hoe verschillend wij ook zijn, wij zijn één omdat wij ons willen verbinden aan deze broeder Jezus,

omdat wij Hem toe willen laten om schoon schip te maken in ons leven en de kwade machten vast te binden,

zodat wij vrij zijn om op onze beurt anderen mensen te bevrijden van geweld, verslaving, angst en al die andere dingen die mensen in hun greep houden.

Broeders en zusters van de Jacobuskerkgemeente,

moge dat zo zijn

Eerstvolgende viering

  • Viering Jacobuskerk, 26 sept 2021 10:00 uur Reserveren van een zitplaats via de knop "dienst bijwonen" op deze website. Online te beluisteren via kerkomroep.nl

Actie Kerkbalans

Dienst bijwonen? Hier reserveren!

Download de Collecte App

qr cvk