Overdenking zondag 18 april 2021, Ds. Jan Bos

teksten: Johannes 21, 1-14          

Inleiding op de lezingen

Vandaag lezen we opnieuw een verschijningsverhaal van Jezus. Vorige week hoorden we over Thomas die niet zomaar kan geloven dat Jezus leeft. Vandaag lezen wij verder over de vrienden van Jezus die na de dood van Jezus maar weer gaan vissen op het meer van  . Hun leven lijkt vergeefs geworden, maar een stem vanaf de oever, in de vroege ochtend maakt alles anders.

Daarnaast lezen psalm 116, de psalm die rabbijn Ies Vorst las afgelopen zondag bij de herdenking van de bevrijding van kamp Westerbork. Daar vertel ik in mijn overdenking meer over.

Wij bidden nu om Gods Geest met en lied uit Taize: Veni Sancte Spiritus. 

Kom tot ons, o heilge Geest, ontsteek in ons de vlam van uw liefde.

Overdenking

Lieve mensen van God, gemeente van Jezus Christus

1) Rabbijn Ies Vorst

Ik weet niet of u vorige week zondag hebt gekeken naar de herdenking van de bevrijding van kamp Westerbork, nu 76 jaar geleden.

Tijdens die herdenking sprak ook rabbijn Ies Vorst over zijn ervaringen als kleine jongen van 6 in het kamp.

Hij sprak zeer indringend en emotioneel over de ontberingen in de trein vanuit Westerbork

en over de kou en de honger in Bergen Belsen.

Na de oorlog was hij op zoek gegaan naar het antwoord op de vraag: is God er nog wel in deze wereld?

Heel veel mensen hebben na de tweede wereldoorlog God dood verklaard.

Maar zo niet rabbijn Ies Vorst.

Voor hem speelde psalm 116 hierbij een belangrijke rol.

 

De psalm over de ellende van een mens die roept om hulp.

De psalm die spreekt over God die de ellendige hoort en verlost.

De psalm die eindigt met het aanroepen van de Naam.

Die Naam van God was voor Ies Vorst de basis van zijn leven en vormde de omslag naar een nieuw leven, na de oorlog.

Ondanks al die ellende kon hij die Naam blijven aanroepen en later zelfs rabbijn worden.

Het verdriet kwam uit zijn tenen.

Maar uiteindelijk die Naam van God ook….

2) Zee, nacht, niets, naakt

Die omslag zie ik ook terug in het verschijningsverhaal daar aan die oever van de zee van Tiberias.

Het is een wonderlijk verhaal.

Het lijkt duidelijk later toegevoegd aan het oorspronkelijke evangelie van Johannes.

Waarschijnlijk bedoeld om de mensen uit de eerste gemeenten moed in te spreken.

We worden meegenomen naar Gallilea, de streek naar waar de man in het wit in het graf van Jezus de drie vrouwen had toegestuurd.

daar waar het allemaal was begonnen.

Toen was er nog sprake van een ‘meer’, gebeurden er wonderen, deelde Jezus brood en vis,

maar nu is alles anders.

Alles lijkt verloren.

Het is niet meer het lieftallige ‘meer van Gennesareth’ maar er staat nu letterlijk: ‘de zee van Tiberias’.

De zee is oeverloos en gevaarlijk,

Tiberias was een hardvochtige dictator,

het is nacht ook nog.

De vrienden van Jezus zijn maar weer gaan vissen.

Maar ze vangen niks….

De vergeefsheid en de teleurstelling druipen er af.

Net als in psalm 116 en in het verhaal van rabbijn Ies Vorst:

uitzichtloos lijkt het met de wereld: dit komt nooit meer goed.

God lijkt voorgoed gestorven aan het kruis.

Dit gevoel kennen we allemaal wel natuurlijk.

Door Corona, door verdrietige gebeurtenissen in je leven, door de berichten uit de krant

over bedrog, ontrouw, misbruik, …

En soms hebben mensen ook zelf het gevoel: ik vang niks meer, er komt niks meer uit mijn handen, mijn netten zijn leeg.

Wat stel ik eigenlijk voor?

Hoe is dat bij u en bij jou?

Herken je iets van die lege netten van die vrienden van Jezus?

Het is een mooi beeld om over na te denken:

wat heb ik tot nu toe bereikt in mijn leven?

wat heb ik in mijn mandje liggen, in mijn netten?

Ben is daar een beetje tevreden over?

Maar wat moeten wij eigenlijk in onze netten hebben liggen?

Wat wordt er bedoeld met die vissen?

In de roepingsverhalen van de discipelen zegt Jezus tegen de vissers aan de oever:

“ik zal je vissers van mensen maken’.

We zijn geroepen om elkaar op te vissen uit het diepe water van de ZEE.

is dat een beetje gelukt in uw leven en in dat van mij?

3) De omslag

Ik vind het zo mooi dat de omslag in die donkere nacht plaatsvindt door een vraag die wordt gesteld.

Als het morgen wordt zin ze een man aan de oever staan.

Hij vraagt: “hebben jullie wat te eten?”

Ik vind dat zo mooi.

Wel vaker in de bijbel stelt God een vraag aan de mens:

- Adam, waar ben je? Wart is je broer?

- Waarom zijn jullie zo bedroefd?

- Wat wil je dat ik voor je doe?

De vraag is niet beschuldigend of denigrerend, maar bezorgd en uitnodigend.

Zoals ook nu in onze tijd een goede vraag vaak het begin is van inzicht en troost.

De tip van de man aan de oever is mysterieus:

“Gooi het over de andere boeg.

De rechterboeg. Stuurboord-kant.”

De rechterkant in de bijbel is altijd de kant waar de kracht ligt.

De man in het wit in het graf van Jezus zit rechts van de plek waar Jezus lag.

En Jezus zal zitten aan de rechterhand van de Vader in de hemel.

Als je iemands rechterhand bent, dan ben je de belangrijkste medewerker in het bedrijf van de baas.

Jezus haalt de teleurgestelde en moedeloze vissers uit hun moedeloosheid.

Door zijn vraag en door zijn tip.

Hadden ze het niet zelf kunnen bedenken om hun netten eens aan de andere kant uit te zetten?

Nee dus.

Daarvoor zijn ze te verdrietig en wanhopig geworden.

Ze zien geen uitweg meer.

4) De andere boeg

In dit prachtige mysterieuze verhaal gaat het over de omslag die wij mensen in ons leven kunnen maken.

Door die man aan de oever, die ons wenkt en vraagt en roept.

Dat is het geloof, daarvoor zijn wij vandaag bij elkaar, in de kerk en thuis.

Rondom dit woord: om die stem te verstaan.

Om in de diepste ellende de Naam van God aan te roepen.

Net als Ies Vorst dat kon en daar zijn redding vond.

5) De vangst

Wonderlijk hoe dit verhaal dan verder gaat.

De netten zitten vol, Johannes herkent nu de man aan de oever: “Het is de Heer!”

Petrus bedenkt zich geen moment, doet zijn bovenkleed om en springt in het water.

De netten worden aan land getrokken en de vissen geteld: 153 stuks.

Net zoveel vissen als er in die tijd aan vissoorten bekend waren.

Het net zit vol, de vissen zijn groot en iedereen telt mee.

En bovendien is er al een vuurtje aangelegd, met brood en vis erop.

Dezelfde man die vroeg: ‘hebben jullie iets te eten?” heeft al wat liggen.

Het enige wat hij vraagt aan de vissers is of ze er wat bij willen leggen.

6) Slot

Lieve mensen

Dit wonderlijke verhaal na Pasen is een verhaal over 7 vrienden van Jezus.

Vijf hebben er een naam, twee niet.

Bij die twee naamloze vrienden vul ik mijn eigen naam in.

En de uwe.

Het is een mysterieus verhaal, vol getallen en symboliek.

Een verhaal om uiteindelijk niet in te vullen, niet te willen begrijpen,

maar een verhaal om stil bij te staan,

en alleen te begrijpen dat Jezus daar is. 

Net als die vrienden daar staan rondom dat kolenvuur aan de over.

Ze warmen hun handen, ze zeggen niks, maar ze begrijpen dat hier de Heer is.

Ook in henzelf brandt het vuur weer.

Het vuur van de hoop die maar niet sterven wil.

Het vuur van de Naam die weer wordt aangeroepen en gehoord!

Geef dat uw roepstem wordt gehoord

als eenmaal bij de zee

Geef dat wij uw nodend woord

vertrouwen, volgen, ongestoord,

op weg gaan met u mee

zo moge het zijn

Eerstvolgende viering

Actie Kerkbalans

Download de Collecte App

qr cvk