Overdenking zondag 25 april 2021, ds. Jan Bos

teksten: Johannes 21: 15-23

Inleiding op de lezingen

Wij verder vandaag verder uit het slot van het evangelie van Johannes. Na de wonderlijke verschijning van Jezus bij de zee van Tiberias aan zeven van zijn leerlingen spreekt Jezus Petrus tot drie keer toe aan en vraagt hem naar zijn liefde en toewijding. Petrus verloochende Jezus drie keer. Nu wijdt hij zich tot drie keer toe aan Jezus. Wat moet er in hem omgegaan zijn? Stef Bos doet een poging om daar achter te komen in een lied over Petrus, dat we laten horen. En ook zelf kruip ik in mijn overdenking in de huid en de ziel van Petrus. De oudtestamentische lezing is psalm 23, omdat Jezus tot drie keer toe vraagt aan Petrus om een goede Herder te zijn.

Overdenking

Lieve mensen, goedemorgen

Ik zal me even aan jullie voorstellen, mijn naam is Simon.

Simon, de zoon van Johannes.

Ik kom uit Kapernaum, een klein plaatsje in Israel.

 

Heel veel mensen daar kennen me ook als Petrus.

Die naam Petrus heb ik gekregen van een hele goede vriend van me, Jezus.

Over Hem wil ik u graag iets vertellen.

Omdat Hij gewoon heel bijzonder voor me is geweest.

Omdat Hij ervoor gezorgd heeft dat er wat meer rust en stevigheid in mijn leven kwam.

Hij noemde me Petrus, dat betekent ROTS.

Maar een echte Rots was ik niet echt voor hem.

Meer drijfzand.

Hij beschouwde mij als een vriend en hoopte dat ik hem zou kunnen helpen in zijn zorg voor de mensen in ons land.

Hij was geliefd, maar ook gehaat.

En toen het spannend werd heb ik Hem eigenlijk gigantisch in de steek gelaten.

Toen het erop aan kwam was ik geen rots waarop Hij kon bouwen.

Daarom noem ik mezelf nog steeds het liefst Simon, zoon van Johannes.

Die naam Petrus ben ik gewoon niet waard.

U kent mij namelijk niet, maar ik ben een heel apart figuur.

Daar ben ik wel achter gekomen.

Ik kan heel erg enthousiast overkomen maar door mijn geschiedenis met Jezus weet ik nu wel van mezelf dat dat ook niet echt lang standhoudt.

Ik bemoei me ook graag met alles wat er op mijn weg komt.

En het liefst hou ik alles zelf in de hand.

Jezus heeft me daar op gewezen en hij heeft me een spiegel voorgehouden.

Langzamerhand drong het tot me door wat Hij me wilde zeggen.

Misschien hebt u wel gelezen in de krant dat Hij laatst gekruisigd is.

De Romeinen en de Joodse leiders waren heel bang dat ze de macht zouden verliezen aan deze Jezus.

Via allerlei smerige spelletjes hebben ze hem berecht en gedood.

O wat voelde ik mij toen ellendig en schuldig.

Want tijdens die ondervragingen heb ik tot 3x toe ontkend dat ik Hem kende.

Zo bang was ik dat zij mij ook zouden oppakken.

Ik voelde me ontzettend schuldig en was heel teleurgesteld in mezelf.

Het voelde alsof ik hem eigenlijk zelf had gedood....

Maar dat was niet het laatste.

Anders had ik hier niet zo gezeten!

Na zijn kruisiging hebben we hem begraven en we dachten dat alles over was.

Maar het was gek: verschillende van onze vriendengroep hebben Hem nog gezien!

Ja echt!

Twee vrienden van ons uit Emmaus.

Maria.

En ook ik heb hem gezien en zelfs gesproken.

Het was bij het meer van Gallilea.

Op het strand verscheen hij aan mij en aan zes vrienden

Op zijn aanwijzing vingen we die nacht heel veel vis

En na die tijd spraken we hem bij een kolenvuurtje op het strand

Het was net of Hij weer naast me zat en niet was gestorven....

“Simon, zei Hij.

Simon, zoon van Johannes, heb je me lief, meer dan de andere vrienden?”

Ik kon wel janken.

Dat Hij me nog aansprak!

Dat Hij nog iets met me wilde!

Gelukkig noemde Hij me geen Petrus meer, maar gewoon bij mijn jongensnaam.

Het was net of Hij weer met me terugging naar mijn jeugd.

Alsof ik weer van voren af aan mocht beginnen.

En ook de naam van mijn vader viel: Johannes.

U weet misschien: dat betekent dat de Heer genadig is en geduldig.

De Heer is genadig.

Ik voelde op dat moment heel goed dat Jezus mij genadig was.

Dat Hij nog met me door wilde en het mij vergaf dat ik Hem drie keer in de steek had gelaten.

O wat hield die vraag veel in.

Simon, Johannes, liefhebben, meer dan de anderen?

Jezus sprak me aan op mijn zwakste plekken: liefhebben heb ik eigenlijk nooit gekund.

Ik wilde namelijk altijd de beste zijn, meer dan de anderen.

Daarom stond ik ook altijd met mijn neus vooraan!

Omdat ik niet lief kon hebben.

Die vraag van Hem was zo raak!

Ik barstte in tranen uit.

Toen ik wat rustiger was geworden kreeg ik dat woord ‘liefhebben’ er niet uit.

Ik kon het niet zeggen...

Wat ik wel zei was: “U weet dat ik uw vriend wil zijn”

Dat ik uw vriend wil zijn...!

Meer kon ik niet zeggen.

Zo moeilijk is dat he om te zeggen dat je van iemand houdt...

Omdat je jezelf dan overgeeft aan een ander.

Omdat je jezelf dan aan een ander toevertrouwt denk ik

En dat was nou net datgene wat ik niet kon.

Jezus hield het vol en vroeg het me nog een keer:

“Simon, heb je me lief?”
Weer begon ik te huilen en stamelend kreeg ik eruit:

“U weet dat ik uw vriend wil zijn”

Wat ben ik toch een zwakkeling he?

Of anders gezegd: wat kan ik mezelf moeilijk aan een ander geven.

Jezus kon dat wel.

Dat liet hij me zien door nog een stapje dichter naar me toe te komen en mij iets anders te vragen:

“Simon, wil je mijn vriend zijn?”

In dat wonderlijke gesprek liet hij me zien dat hij me totaal accepteerde, ook in mijn onvermogen het woord ‘liefhebben’ te gebruiken.

Jezus legde mijn ziel bloot door telkens maar te vragen naar mijn liefde voor Hem.

Ik had mijn best wel gedaan en was wel enthousiast,

maar blijkbaar was er iets anders nodig.

Ik moest leren me aan Hem over te geven.

Met mijn hart.

In het gesprek dat volgde zei Hij.

“Hoed mijn schapen, volg mij.

Je zult moeten leren om jezelf over te geven.

Zoals oudere mensen moeten leren dat ze niet meer alles kunnen,

zo moet jij jezelf leren toevertrouwen aan een ander en aan Mij.”

Ik wist eerst weer niet wat Jezus bedoelde.

Ik moest denken aan het verzorgingstehuis waar mijn ouders wonen.

Waar mensen geholpen moeten worden met wassen en aankleden.

Maar langzamerhand besefte ik dat het over mij ging.

Nu al.

Leven heeft te maken met liefhebben en liefhebben is jezelf toevertrouwen aan een ander.

Aan God, aan jezelf.

Begrijpt u een beetje wat ik bedoel?

Daar in dat gesprek met Jezus werd ik pas echt een beetje Petrus.

Ik werd steviger van binnen, juist omdat ik me toe durfde vertrouwen.

Ik voelde dat ik mijn leven niet allemaal zelf meer hoefde te regelen,

dat niet alles ‘mijn zaak’ is.

Ik ben nog steeds enthousiast!

En vol vuur!

Maar nu vanuit een diep besef dat ik mijn leven mag toevertrouwen aan God, aan Jezus.

Alleen zo kun je er werkelijk zijn voor  een ander.

Niet meer omdat het zonodig MOET van mezelf,

maar omdat ik een geliefd mens ben.

Dat wilde ik u graag vertellen.

Ik wens u en jou ook toe dat u uw leven mag toe durft te vertrouwen aan God.

zo moge het zijn, zou ik zeggen.

Eerstvolgende viering

Actie Kerkbalans

Download de Collecte App

qr cvk