Overdenking zondag 11 april 2021, Ds. Hans Katerberg

Lieve mensen van God,

Of het nu gaat om Moslims of Christenen, om moskeeën of kerken,

gelovigen staan er in ons zo ‘tolerante landje’ –tussen aanhalingstekens-

niet al te best op. 

Ze geloofden al in allerlei bovennatuurlijke en dus oncontroleerbare dingen,

en wie doet dat nog in deze moderne tijd,

maar ze hebben ook nog eens meer rechten en vrijheden dan andere burgers,

nu zij wel bij elkaar mogen komen en winkels en café’ s dicht moeten blijven.

Die negatieve beeldvorming wordt er niet beter op als boze kerkgangers 

irritante journalisten schoppend en stompend proberen weg te jagen.

Ja, ongeloof gold eeuwenlang als een ondeugd –iedereen geloofde immers,

maar er is een omslag in onze cultuur gekomen: ongeloof is een deugd.

Het is in de meeste kringen ongepast over geloof te spreken: geloven is uit.

Het kwijnen van kerk en geloof laat een enorm gat achter.

Een gat van onzekerheid, het ontbreken van richting en houvast.

 

Een gat waar complotdenkers graag inspringen en de wildste theorieën

de wereld insturen. Theorieën die mensen nieuw houvast moeten bieden.

Onlangs sprak ik een buurman die werkelijk meende dat het schip 

dat vastzat in het Suezkanaal, daar met opzet zo was gepositioneerd.

Ook vertelde deze goed-opgeleide man dat de vaccins waarmee we worden 

ingespoten minuscule deeltjes bevatten, nano-deeltjes, die allerlei informatie 

over ons lichaam doorgeven aan een geheim centrum dat hard op weg is

om heel ons leven en heel de samenleving te controleren.

Er viel met deze man niet te praten: hij was een gelovige geworden, een believer.

Mensen zijn mateloos religieus. Als het christendom heeft afgedaan

vinden ze wel andere en vaak niet ongevaarlijke vormen van religiositeit.

Overigens is deze gevoeligheid voor complotdenken ook binnen de kerk aanwezig,

maar daarover straks meer.

Dit alles bepaalt ons, en niet voor de eerste keer, bij de vraag:

wat is ‘geloven’ eigenlijk, of beter gezegd: wat bedoelt de bijbel met ‘geloof’?

Ja wat bedoelt Jezus als Hij tegen Thomas zegt: ‘Gelukkig zijn zij,

die niet zien en toch geloven!’ Geloven? Hoe bedoel je, Jezus? 

Als je het verhaal van Thomas leest zoals eeuwenlang gebruikelijk is geweest,

dan gaat het over iemand, Thomas, een discipel van Jezus,

die er eerst niet aan wil dat zijn Meester is opgestaan uit de dood.

Hij zou de eerste verschijningen van Jezus niet serieus hebben genomen.

Thomas is dan een ernstige twijfelaar en zijn twijfel is de oorzaak

van de ons bekende uitdrukking ‘wat een ongelovige Thomas’. 

En als Jezus dan zegt: ’Omdat je gezien hebt, geloof je.

Gelukkig zijn zij die niet gezien hebben en toch geloven’, 

dan lijkt het er sterk op dat Jezus het ongeloof van Thomas, zijn twijfel, afkeurt.

In eerdere bijbelvertalingen hadden ze er zelfs een vraagteken achter gezet.

Toen stond er:  Omdat je gezien hebt geloof je? –vraagteken.

Tsjongejonge Thomas, lijkt Jezus hier cynisch te zeggen, hoe bestaat het.

Nu zijn leestekens het werk van geleerde vertalers. 

In de oude ons overgeleverde handschriften staan die er niet.

Maar ook al staat er zoals nu geen cynisch vraagteken meer, maar een punt, 

het verhaal blijft suggereren dat Thomas weggezet wordt als ongelovige, 

als een verstokte twijfelaar aan het goede nieuws.

Toch vraag ik me af óf Thomas hier wel een standje krijgt.

Dat is maar goed ook, want welk redelijk mens twijfelt nu niet

aan een opstanding uit de dood, aan het weer kunnen gaan leven van een

gestorven en begraven lichaam, dat ook nog eens zwaar was gemarteld.

Nee, het gaat in dit verhaal om iets anders. Het gaat om de wonden van Jezus.

Die wonden zijn fundamenteel voor het begrijpen van de boodschap.

Thomas was er niet bij toen Jezus voor het eerst verscheen aan de leerlingen.

Waar hij was? We weten het niet maar we kunnen het wel vermoeden.

Thomas was een man die bereid was zijn Meester te volgen tot het bittere einde.

Als Jezus –in hoofdstuk 11 van het evangelie van Johannes- 

met zijn leerlingen naar Lazarus wil gaan, die ten dode toe ziek is, op een moment 

dat de dreiging van de machthebbers in de richting van Jezus groot is,

zegt Thomas: ‘laten wij ook maar gaan dan kunnen we samen met hem sterven’.

Niet omdat hij somber van aard zou zijn, maar omdat hij voorzag

dat Jezus het niet zou redden, dat Hij gedood zou worden, vermoord.

Dat zijn onvoorwaardelijke liefde voor de minsten van de mensen hem zou opbreken.

Nee, Thomas laat zich niet blij maken met het verschijningsverhaal van de anderen.

Dat zou dan een mooi en makkelijk ‘happy end’ zijn van het lijdensverhaal.

Zo van: ja het was allemaal heel erg, verschrikkelijk zelfs, maar nu is Hij er weer.

De Heer is waarlijk opgestaan, weg pijn, weg lijden, weg dood, hallelujah! 

Er is weer een goddelijk wonder toegevoegd aan de reeks van wonderen in de bijbel!

Geloven zou dan betekenen dat je al die wonderen gewoon moet geloven, klaar.

En er vooral niet aan twijfelen uiteraard.

En natuurlijk ook, zo heeft de kerk ons later geleerd, dat je door te geloven

dat het allemaal zo moest gebeuren, dat het allemaal een plan van God was,

een soort van hemels complot dat hele lijden en sterven van Jezus-

-over complotdenken gesproken...

...dat je, door dat alleen maar te geloven toegang zou hebben gekregen

tot het hemels paradijs, na je dood. Dat je nergens meer bang voor hoeft te zijn.
Zoals dat klint in een bekend lied:

Want nu de Heer is opgestaan

nu vangt het nieuwe leven aan.

Een leven door zijn dood bereid

een leven tot in eeuwigheid.

 

Zoiets. Jaja. Nee dus. Want dit is het goedkope geloof waar Jezus al bang voor was.
Dat zijn volgelingen de diepte van zijn lijden niet zouden verstaan.

Dat de kerk erover heen zou stappen en te vroeg, veel te vroeg zou gaan juichen.

Hij verschijnt dáárom niet zomaar aan de leerlingen, maar toont hen zijn wonden.

En dat doet Hij echt niet om te bewijzen dat Hij het is.

Wie zou de man met wie ze drie jaar hebben opgetrokken niet herkennen

als die plotseling weer in hun midden stond?

Nee, de wonden zijn van het grootste belang, de wonden van Christus.

Zonder die wonden aan te raken wil Thomas niets weten van opstanding.

Die wonden zijn voor Jezus én voor Thomas fundamenteel. 

Ze lijken ons te vragen: hoe kun je als volgelingen van de vermoorde Christus juichkreten uitslaan bij een verschijning, en blij zijn met jóuw eeuwig behoud 

als zoveel miljoenen blijven lijden als hij?

De wonden van Christus moeten blijven, sterker nog: ze moeten mee.

Mee? Waarheen? Naar buiten, want dat is het wat Jezus vraagt.

Want ja, zijn leerlingen hebben zich afgesloten voor Christus’ vijanden,

maar hun meester zelf wil hen naar buiten, de wereld in:

‘Zoals mijn Vader mij gezonden heeft, zo zend ik jullie’, zegt Hij.

En ze krijgen de Heilige Geest mee, de innerlijke kracht die ook Jezus droeg,

toen Hij zich vereenzelvigde met de slachtoffers in deze wereld.

Met de doodzieke Lazarussen op de IC’s van de ziekenhuizen,

met de straatarme Lazarussen aan de poort van de rijken, 

die elke hoop op een vaccin tegen dood en lijden wel kunnen vergeten

en met alle verwaarloosde kinderen voor wie geen plek is en geen toekomst.

En nu komen we in de buurt van de vraag wat geloven eigenlijk is.

Nog één keer dan wat het niet is: het is niet geloven in een overwinnende

Heer der wereld bij wie de wonden allang zijn geheeld, de pijn allang vergeten,

wiens lijden slechts een doorgangsstadium was op weg naar de heerlijkheid.

Zulk een geloof hoeft van Thomas niet. Dan liever helemaal geen geloof.

Ja liever geen geloof dan een vals, triomfantelijk geloof. 

‘Waar Pasen geduid wordt als een ‘happy end’, wordt de schreeuw

van de gekruisigde het zwijgen opgelegd’, zei de Duitse theoloog Johann Metz.

Het eindigt immers allemaal ‘goed’, namelijk in de hemel?

En al die mensen, die moeizaam strijden voor hoop in de woestenij van deze wereld

worden met dat geloof niet serieus genomen. Het is een goedkoop geloof.

Een geloof dat je niets kost, waar je niets voor hoeft te doen.

Ook een fundamentalistisch geloof in de feitelijkheid van een lichamelijke opstanding,

dat bang is en boos omdat het botst met het menselijk verstand is kwalijk.

Een geloof dat helaas veel wordt aangeboden en als orthodox wordt gelabeld.

Maar het is, zei iemand anders, het is een gevaarlijke, besmettelijke ziekte,

ja een ketterij waartegen we de nalatenschap van Christus moeten beschermen. 

Omdat het óók zo gauw de wonden vergeet, de wonden die ons aanstaren.

Zulk een fundamentalistisch geloof lijkt vaak heel zwaar, maar het blijft goedkoop.

Het vergeet wat in een indrukwekkend lied is neergelegd:

Hoe acht’loos in ons midden wordt

het kostbaar mensenbloed gestort

en in het onbarmhartig licht

het kruis des Heren opgericht.

Nog altijd. Nog elke dag!

Wat geloof dan wel is: zich toevertrouwen aan de gehangene door zijn weg te gaan.

Door zich net als Hij het deed te solidariseren met de minsten der mensen.

Dat vereist moed. De moed namelijk ‘om je kruis op je te nemen’,

dat is: om net als Christus de pijn van werkelijke solidariteit te voelen.

Pas als het Paasverhaal zo jouw leven beïnvloedt is sprake van een waar geloof.

Geloven in de Opgestane is zelf opstaan.

Het is in de wereld van het recht van de sterkste niet meehuilen, 

niet opgeven en niet je aanpassen. Het is niet je laten wiegen en kalmeren,

je laten versuffen door drugs, van chemische tot religieuze drugs.

Maar het is op de weg blijven van grootmoedige liefde en geweldloosheid,

van vergeving zeventig maal zeven maal en van eindeloos geduld.

Omdat je het lijden van Christus blijft zien in het leven van zovelen,

omdat zijn wonden je niet loslaten.

Dat kan een zwaar gevecht zijn, want jij kunt zo vaak die wonden niet helen.

Je hebt zo vaak geen woorden. Kunt er alleen maar zijn. En luisteren.

Zo is geloven een werkwoord: een levenshouding van liefde en goedheid.

Voor die levenshouding van liefde en goedheid heb je kracht nodig: Heilige Geest.

En waar ook maar in deze wereld goedheid is en liefde, daar is God.

Ubi caritas, ubi Deus est, zongen we bij de Maaltijd op Witte Donderdag.

Zonder meer.

Zonder meer? Ja zonder meer, want er kan dan heel veel weg.

Veel van wat wij misschien dachten dat geloof was: al die vaste overtuigingen,

al die dogma’s, al die mooie en lelijke kerkelijkheid, het is uiteindelijk alleen ballast.

Ook de kerk? Kan die gerust weg? Is die niet nodig om te kunnen geloven?

Dat is een vraag die we vandaag laten liggen, anders wordt het teveel.
Maar zeker is wat mij betreft dat de definitie die hier gegeven wordt van geloof,

dat je die levenshouding gelukkig ook buiten de kerk vindt.

Ja zelfs overvloedig. Want hoe groot de verleiding ook is voor velen

om de hele boel maar te laten voor wat het is en te kiezen voor het gemak,

het is toch ook onvoorstelbaar hoeveel mensen overal ter wereld

kiezen voor een vorm van solidariteit met de minsten die hen het nodige kost.

Mensen die, godsdienstig of niet, een betere wereld voor ogen hebben,

een wereld waarin niemand teveel is en ieder mens bijzonder.

Mensen die leven vanuit de liefde en daarmee de hoop levend houden.

Als dat niet het geloof is waar Jezus en Thomas uit leefden!

Je kunt zeggen dat dat dan slechts een klein, uitgekleed geloof is geworden.

Misschien wel zo klein als een mosterdzaadje. 

Maar ook een klein geloof kan sterk zijn en veel vrucht dragen, zegt Jezus.

En dat doet het, overal waar mensen de moed hebben

de wonden van Christus te zien en de lijdenden in de ogen durven kijken.

Ook als daarin slechts één enkele vraag geschreven staat: ‘Waarom’?

Waarom moet mij, ons dit overkomen?

Alleen zo’n klein geloof, het geloof van de liefde, kan adem scheppen

ook al kun je niet meer doen dan er alleen maar zijn.

Want liefde is het enige antwoord op alle pijn en alle open vragen.

Dat is geen goedkoop antwoord.

Maar in dat antwoord is de hoop verborgen aanwezig.

De hoop dat het eenmaal anders wordt. De hoop dat elk leven zal bloeien.

Dat het echte, grote Paasfeest komende is.

Zo moge het zijn

Eerstvolgende viering

Actie Kerkbalans

Download de Collecte App

qr cvk