Overdenking viering zondag 14 maart 2021, Ds. Jan Bos

teksten: Psalm 8 en Jakobus 5: 1-6

Lieve mensen van God, gemeente van Jezus Christus

1) Randy Smink

Misschien hebt u deze week via Kerkomroep wel geluisterd naar het interview dat ik vorige week had met dierenarts Randy Smink van de dierenkliniek vlakbij onze kerk.

Ik had met haar een mooi gesprek over haar werk, over dieren en mensen.

Natuurlijk kon ik het niet laten om te vragen naar haar visie op de natuur.

Waar komt het allemaal vandaan en is het niet onvoorstelbaar hoe het allemaal werkt in de natuur?

Randy Smink was daarin eigenlijk heel nuchter: ik heb geen idee waar het vandaag komt en daar hou ik me ook niet mee bezig, zei ze.

Ik verwonderde me erover dat ze eigenlijk geen echte verwondering leek te hebben over al die dieren die door haar handen gaan.

Dat is geen verwijt of oordeel, maar ik merkte dat we daarin verschilden.

Ik verwonder me bijna elke dag over de schoonheid én de hardheid van de natuur.

En ik vraag me wel degelijk af waar dit allemaal vandaan komt en wat we er mee moeten.

Dat doet de dichter van psalm 8 ook.

Het lied begint EN eindigt met de aanbidding van de grootsheid van de naam van God.

Je ziet hem daar staan in de nacht onder een open hemel.

 

Hij of zij kijkt naar de maan en de sterren

en beseft zijn eigen kleinheid.

Er spreekt heel veel verwondering uit dit gedicht!

Maar bij die verwondering hoort ook dat hij voelt dat de mens niet alleen maar een ‘mensje’ is (dat staat in vers 5)

maar dat hij ook grootse dingen kan doen en dat hij zelfs iets goddelijks heeft.

Die dubbelheid tussen groot en klein is het meest opvallend in dit gedicht.

De mens is klein maar tegelijk ook groots.

En aan de mens worden grootse dingen toevertrouwd: de dieren worden aan zijn voeten gelegd.

Die dubbelheid blijkt ook in het tweede vers.

Een vers dat me eigenlijk nooit zo is opgevallen.

De dichter spreekt over kinderen en zuigelingen die een macht opbouwen tegen Gods vijanden.

Wat wordt daar mee bedoeld?

Daarvoor moeten we bedenken dat dit gedicht geschreven is in de ballingschap in Babel.

Het volk Israël is ver weg van huis, klein gemaakt, tot slaaf gemaakt.

Ze zijn als kinderen en zuigelingen: klein en weerloos.

Maar daar blijft het niet bij.

Juist deze kleine mensen voelen een enorme kracht in zich opkomen daar in die ballingschap.

Ze kijken naar de blote hemel en weten: onze God laat ons niet alleen.

En dat maakt hen weer groots en krachtig.

Het geloof in God geeft kleine en terneergeslagen mensen kracht en een stem

zodat ze de grote kracht van Gods vijanden kunnen stoppen.

Sabbath” staat hier in het Hebreeuws. 

Ze kunnen die macht laten ‘ophouden’

Zoals wij mensen moeten zorgen dat we op tijd ‘ophouden’.

2) De taak van de mens

De psalm uit dus grote verwondering over de schepping en over de power die God aan kleine mensen geeft.

Mensen krijgen de kracht en de grootsheid om iets met die schepping te doen.

In onze vertaling staat: toevertrouwd.

Maar eerlijk is eerlijk: letterlijk staat er in het Hebreeuws: ‘heersen over’.

Net als in Genesis 1:28: “Heers over de vissen der zee en over alle dieren die over de aarde rondkruipen’.

Nu begint het te kriebelen bij ons, op deze duurzame zondag.

Want wij weten heel goed dat wij mensen inderdaad ‘heersen’ over de dieren en hen naar onze hand zetten.

En dat we daarbij maar al te vaak de verwondering, het vertrouwen, onze beperktheid vergeten.

Ook dierenarts Randy Smink vindt dat wij mensen ‘boven’ de dieren staan en verder zijn geëvolueerd.

Maar wat doen wij met die machtspositie?

Kunnen wij voldoende eerbied voor de schepping behouden,

voldoende afstand, voldoende verwondering?

Maken wij het vertrouwen van de Eeuwige, de Schepper van hemel en aarde niet beschaamd?

Weten wij van ophouden, van ‘sabbath’?

3) Jacobus 5

De hele bijbel staat vol met voorbeelden van mensen die te hoog en te groots zijn gaan denken.

Dat is de hoofdzonde van de mens: als God willen zijn.

In de brief van Jacobus gaat het ook over die hoofdzonde van de hubris, de hoogmoed van de mens.

Wij als mensen van de Jacobuskerkgemeente worden genadeloos toegesproken door onze naamgever Jacobus.

En nu jullie, rijken! Je rijkdom is verrot. Je hebt in weelde gebaad en je hart is vetgemest.

En ondertussen heb je het loon van de arbeiders niet uitgekeerd

Rechtvaardige mensen hebben jullie veroordeeld tot armoede en zo in principe gedood.

Keiharde woorden, die er niet om liegen…

Moeten wij ons aangesproken voelen?

Ik denk dat we dat niet willen, maar dat het hier wel degelijk gebeurt.

Veel mensen in Nederland leven in grote luxe,

maar dat gaat vaak over de ruggen van ‘kleine, gewone arbeiders’.

In ons land en over heel de wereld.

Onlangs las ik dat elke Europeaan ongeveer twee mensen van elders in de wereld  ‘in dienst heeft’ tegen een schamel loon.

Wat staat het er scherp: het loon dat aan de arbeiders wordt onthouden klaagt.

de arbeiders zelf kunnen niet meer klagen: die zijn te moe, te verslagen.

Net als de dieren, die wij met miljoenen slachten voor ons vetgemeste hart.

Zij kunnen zelf niet meer klagen, zij zijn veroordeeld en vermoord.

Het ontbrekende loon van de arbeiders klaagt en daagt de rijke mensen voor de Rechter van hemel en aarde.

Wee hem die woekerwinsten maakt ten bate van zijn eigen huis, staat op in de profetie van Habakuk

De stenen van zijn huis wenen uit de muur.

Zoals hier in Jacobus het loon klaagt.

4) Leven als de bomen

Ik voel me in mijn rijkdom aangesproken door deze harde woorden van Jacobus.

En door de woorden van psalm 8.

Wij mensen zijn zo klein vergeleken met de grootse schepping.

Aan de andere kant worden wij door de Schepper groot gemaakt.

Zo groot dat ons het beheer wordt toevertrouwd over dier en plant.

Maar wij mensen gedragen ons vaak als heerser in plaats van rentmeesters, die hun plaats kennen.

Arbeiders en dieren worden middelen en werktuigen ten dienste van de rijkdom van anderen.

De harten van de rijken worden vetgemest, maar dat loopt uit op een infarct.

Zo spreekt Jacobus ons toe.

Weet dus van ophouden, van de sabbath.

Voor mens en dier

Leef daarentegen als de bomen: 

Trouw en aardsgezind.

Toevlucht voor de vogels.

Huis van mededogen

Met liefde, wijd vertakt.

zo moge het zijn

Eerstvolgende viering

Actie Kerkbalans

Download de Collecte App

qr cvk