Zondag 25 oktober 2020

Deuteronomium 6: 1-9 en Mattheus 22, 34-46

Inleiding op de lezingen

De serie over de 10 woorden is afgerond. Vandaag voegen wij ons weer in het landelijke rooster en daarin staan Deuteronomium 6 en Mattheus 22, 34-46 op het programma: over het grote gebod in de bijbel. God liefhebben en je naaste als jezelf. Het kan eigenlijk niet toevalliger na de serie over de 10 ‘geboden’! 

Wat is God liefhebben nu eigenlijk? Is dat inderdaad hetzelfde als je naaste liefhebben als jezelf? Of zit daar nog verschil in? En hoe vertaal je de woorden ‘als jezelf’? Moet je de naaste liefhebben zoals je jezelf liefhebt of ‘omdat je naaste gelijk is aan jou’? 

Overdenking

Lieve mensen van God 

Misschien hebt u wel eens op dat mooi bankje gezeten aan de Oudezijds Voorburgwal in Amsterdam.

Dat stenen bankje met een beeltenis van majoor Bosschardt van het leger des heils.

Op dat bankje staat een uitspraak van haar:

“God dienen is mensen dienen. Mensen dienen is God dienen”

Haar geloof en liefde voor God gaven haar een enorme drive om mensen te dienen.

Vandaag gaat het over deze verbinding tussen God en de naaste.

God liefhebben en je naaste als jezelf.

9132191223183148

 

Dat is volgens Jezus het belangrijkste en grootste ‘gebod’.

Een fascinerende zin, waar zo ontzettend veel in zit.

Een zin waar je je leven aan op kunt hangen en op kunt richten.

Een zin waar je je leven aan kunt ‘hangen’ zegt Jezus zelf.

Misschien vertel ik u niets nieuws als ik zeg dat Jezus in zijn samenvatting van de wet twee zinnen uit het Oude Testament met elkaar verbindt.

“God liefhebben met heel je hart, je ziel en je verstand” : dat staat in Deuteronomium 6,5

En “je naaste liefhebben als jezelf” is een klein zinnetje ergens tussendoor in Leviticus 19,18.

Jezus speelt dus met de woorden uit de Tora.

Zoals 

wij de woorden ook elke zondag ter hand nemen, mogen proeven en door-denken.

1) God liefhebben

Jezus verduidelijkt het grote gebod in het joodse geloof dus.

Dat is de geloofsbelijdenis, het Sjema Israël, 

de tekst die alle joodse mensen in een kokertje aan de deurpost van hun huis hebben ‘gebonden’.

De tekst die ook letterlijk wordt gebonden aan hun hoofd, hun handen door middel van de gebedsriemen.

Ik vind dat eigenlijk zo’n mooie gedachte en zo’n mooi ritueel.

Je verbindt God met je hoofd (je verstand), je handen (je daden), met je huis en je stad.

Elke dag wordt je herinnerd aan het gebod om God lief te hebben met je hart, je ziel, je kracht en je verstand.

Een mooie gedachte, maar wie is God dan?

En hoe kun je God liefhebben?

Ik kan u dat eigenlijk niet goed op een briefje geven.

In elk geval niet met mijn verstand.

Als ik aan die God denk dan denk ik aan de heilige Geest.

Sterker nog: dan denk ik niet meer zoveel, dan voel ik.

Dan voel ik iets waar mij te boven gaat, wat in mij is, wat mij gaande houdt en hoop geeft.

Dat is iets diep in mij dat ik krijg en ontvang.

Een fundamentele energie, een fundamentele grond onder de voeten.

Een fundamentele hoop om door te gaan.

Ik kan dat eigenlijk niet met mijn verstand uitleggen,

maar wel met dit symbool dat ik elke zondag als een soort gebedsriem om mijn nek hang:

de vogel, het symbool van Gods Geest.

Die God roepen wij aan en roepen wij op in de kerk, op zondag, door de week.

3) De naaste

Soms ervaren mensen die God in de stilte van de nacht.

Of in hun diepste verdriet.

Of in hun diepste zuivere Zelf, zoals Trijntje Oosterhuis zingt

Dat is misschien niet voor iedereen weggelegd.

Gelukkig heb je dan altijd nog Jezus die dit gebod verduidelijkt en aanvult met dat kleine, verscholen zinnetje uit Leviticus 19: heb je naaste lief als je zelf.

Dit lijkt een duidelijk zinnetje:

je naaste is je medemens.

En die moet je liefhebben zoals je ook jezelf liefhebt.

Dat lijkt aan te sluiten bij de gedachte die wij ook vaak horen:

Wij zeggen vaak: je moet eerst jezelf liefhebben, anders kun je de ander niet liefhebben.

Toch denk ik dat het anders is, dat Jezus meer wil zeggen dan dat.

Hij legt de liefde meer in de handen van de ander, die jou de liefde schenkt.

In de handen van de naaste die de Naaste met een hoofdletter vertegenwoordigt.

Nu wordt het ingewikkelder.

En spannender.

Ten eerste moeten we goed kijken naar de vertaling.

In Leviticus 19 staat er letterlijk: je moet de naaste liefhebben, zoals je zelf bent.

Je naaste is aan jou gelijk.

Je naaste medemens is ook een mens, is ook een vreemdeling op aarde, is ook slaaf geweest in Egypte.

Wees je daar goed van bewust.

Je bent niet meer of minder dan je medemens.

Je staat op 1 lijn.

Je naaste is als jezelf.

Ten tweede wierp Jezus in een eerder vertelde gelijkenis een heel ander licht op het woord NAASTE.

Ik doel op de gelijkenis van de barmhartige Samaritaan.

Als iemand aan Hem vraagt: wie is eigenlijk mijn naaste die ik moet liefhebben?

Dan antwoordt Jezus met het verhaal van die Samaritaan die op de knieën gaat voor een slachtoffer langs de weg en zo de naaste IS.

Je moet de naaste liefhebben door de naaste te zijn.

Dat gaat dus uit van de mens die in nood naar jou roept.

En dat gaat dus niet uit van jouw grootmoedigheid.

In nog weer een ander verhaal dat Jezus even verderop in Mattheus 25 vertelt legt hij weer een ander accent.

Daarin zegt Hij: een ieder die een hongerige te eten geeft, geeft MIJ te eten

Een ieder die een gevangene bezoekt, bezoekt MIJ

Een ieder die een vreemdeling opneemt, neemt MIJ op

Een ieder die een naakte kleedt kleedt MIJ.

Jezus is in dit verhaal te vinden in de naaste in nood

Je naaste liefhebben als jezelf.

Het is dus denk ik te gemakkelijk om te zeggen: je moet dus eerst zorgen dat je jezelf liefhebt en pas dan kan je een ander in je overvloed gaan liefhebben.

Jezelf liefhebben riekt teveel naar egoïsme.

De kunst is om je leven te leggen in de handen van de Naaste die naast ons staat.

De Naaste met een hoofdletter, die ons onder andere verschijnt in de naaste die ons troost en liefheeft.

3) God, de naaste en jezelf.

Als er staat: heb God lief met heel je hart en je ziel en je kracht en je verstand

dan leg je je leven in de handen van iets groters, iets heiligs.

Daar geef je je aan over.

Dat is iets anders dan jezelf liefhebben.

Misschien kan dat wel geeneens.

Zoals je jezelf ook niet aan je haren uit een moeras kan trekken.

Nee, je wordt geliefd

Je bent geliefd.

Door die onzichtbare Naaste

door die Naaste die zichtbaar wordt in een medemens die naast ons komt staan

door de naaste die wij soms tot onze eigen verrassing voor een ander kunnen zijn.

God is niet een identiteit daarboven, eer zij God in de hoge,

Maar God is een grote kracht die in ons woont en tussen mensen heen en weer beweegt.

God gebeurt tussen mensen, overal waar mensen de naaste zijn.

God, de naaste en jezelf vormen een driehoek die met elkaar verbonden zijn.

Niet een God daarboven, maar een God tussen ons en onder ons en naast ons.

4) Je suis prof

Misschien ben ik te ingewikkeld geweest en heb ik teveel overhoop gehaald in deze overdenking.

Daarom tot slot een klein voorbeeld.

Vorige week werd die Franse docent maatschappijleer Samuel Paty vermoord.

Hij had in zijn lessen proberen uit te leggen wat ‘vrijheid van meningsuiting’ was.

Dat moest hij met de dood bekopen.

De verontwaardiging was groot en er kwam een groot protest op gang.

Honderden bloemen werden voor de ingang van de school gelegd.

Midden tussen die bloemen stond een bord met de tekst: “Je suis Samuel”.

Ergens anders een bord: ‘je suis prof’, ik ben leraar.

Dat is precies de uitleg van de woorden van Jezus:

“heb je naaste lief, want zij is als jij”

In de solidariteit met elkaar gebeurt God.

God dienen is mensen dienen

zo moge het zijn

Eerstvolgende viering

Actie Kerkbalans

Download de Collecte App

qr cvk