Tiende woord                         Zondag 11 oktober 2020

Exodus 20, 17. en Galaten 3: 13-26

Inleiding op de lezingen:

Deze zondag sluiten we de serie over de tien woorden van bevrijding af met het laatste woord: “Zet je zinnen niet op het huis van de ander en evenmin op zijn vrouw, zijn slaaf of slavin, rund of ezel, of wat hem ook maar toebehoort”. Dit slotwoord gaat over de innerlijke gedachte en begeerte, over wat er zich in je ziel afspeelt voorafgaande aan de werkelijke daad. In hoeverre hebben we daar eigenlijk grip op? Mooi om te zien dat het allerlaatste woord van de 10 woorden ‘de naaste’ is: daar draait het in de tien woorden blijkbaar om!

De tweede lezing is uit Galaten 3 over het leven in Gods Geest, waardoor alle begeerten vanzelf verzwakken. 

Overdenking

 Lieve mensen van God

1) Actualiteit

In de afgelopen maanden heeft onze premier Rutte bij elke persconferentie steeds gehamerd op ons gedrag en onze eigen verantwoordelijkheid.

Dat was in het debat in de tweede kamer ook een belangrijk discussiepunt:

kunnen wij mensen die verantwoordelijkheid en keuzevrijheid wel aan

of moeten we meer duidelijke regels stellen?

Premier Rutte doelde op ons diepste innerlijk.

Op onze ‘intrinsieke motivatie’ om dingen wel of niet te doen.

 

Daar heeft niemand vat op.

Gelukkig maar, want het maakt het ons tot mens.

Maar daardoor zijn we ook van elkaar afhankelijk, juist in deze moeilijke tijd.

In het tiende en laatste woord dat God de Israelieten via Mozes meegeeft gaat het juist om dat diepste binnenste.

Om onze gedachten, onze wil, onze keuze, onze motivatie.

Om de ziel zou je kunnen zeggen.

Om de oorsprong van ons handelen en spreken.

Daar ging het tot nu toe over op de tweede tafel van de 10 woorden:

eerst drie woorden over handelen (doden, overspel, stelen), toen over spreken en nu het laatste woord over onze gedachten, nog dieper: onze ziel.

Zet je zinnen niet op…

Ja, die ‘zinnen’ zitten ergens diep in je.

Gij zult niet begeren…

Waar zit dan die begeerte in ons?

In onze ziel.

Ik moet denken aan een mooie tekst uit de Joodse Talmoed.

(Dat is een commentaar op de Joodse bijbel, ons oude testament)

Let op je gedachten want die zullen je woorden zijn

Let op je woorden want die zullen je daden zijn

Let op je daden want die zullen je gewoontes zijn

Let op je gewoontes want die zullen je karakter zijn

Let op je karakter want dat zal je lot zijn

Je lot begint bij je ‘gedachten’.

Bij je ‘intrinsieke motivatie’.

Kun je daar wel invloed op uitoefenen?

Kan ik iets doen met mijn begeerte naar alcohol, naar een BMW, naar een dagje strand in Covid-tijd?

Kan ik iets doen aan mijn begeerte naar een andere vrouw of man?

Ja dus.

Daar gaan deze 10 woorden van uit.

Ze eindigen er zelfs mee.

En dat is niet omdat het het onbelangrijkste gebod is, maar omdat het het moeilijkste is.

Voor mijzelf is dit een hele belangrijke reden om kerk en dominee te zijn:

de gedachte dat je je ziel en je wil kunt bijsturen en veranderen.

Dat je je ziel en dus je gedrag op peil kunt brengen of houden.

Daar is het geloof goed voor.

2) Informatie

Dit tiende woord heeft dus te maken met die andere negen.

Doden, stelen en overspel komen immers voort uit een ‘begeerte’.

Het is opvallend dat er in het Hebreeuws twee keer het woord voor ‘begeren’ staat.

Zet je zinnen niet op het HUIS van de naaste.

En dan: zet je zinnen niet op zijn vrouw, slaaf of slavin etc.

Waarschijnlijk wordt met dat HUIS het levenshuis van de naaste bedoeld

en dat wordt dan toegelicht met de woorden: vrouw, slaaf, slavin, rund en ezel.

Dit gebod laat ook zien dat Israel in die tijd een mannelijke samenleving was.

Daarin was de vrouw zelfs bezit van de man.

In het boek Deuteronomium, waar ook een versie van de 10 woorden in staat,

zien we een verandering in de tekst:

daar is de vrouw los gekoppeld van het huis, de akker, de slaaf en de slavin.

Een voortschrijdend inzicht dus.

In onze tijd zouden we het nog veel genderneutraler opschrijven…

Nog belangrijker is de betekenis van het woord ‘begeren’ of ‘je zinnen zetten op’.

Dat is wat anders dan ‘verlangen’.

Natuurlijk mag je als mens verlangen.

Verlangen naar gezondheid, een mooie auto, groen gras net als de buurman, etc.

Maar als dat verlangen een obsessie wordt en er alles op alles zet om dat te verkrijgen dan wordt het verlangen ‘begeren’.

Dan wordt boodschappen doen ‘hamsteren’, fanatiek, naar je toe halen.

Daarover gaat dit Hebreeuwse woord.

Er zit een fanatisme in, dat ten koste gaat van jezelf en van de ander.

Vooral van de ander, zegt dit gebod.

Want het laatste woord van dit 10e woord is ‘de naaste’

De 10 woorden beginnen met God en eindigen met ‘de naaste’.

Daar zijn ze voor bedoeld: voor de vrijheid van de naaste EN van dus ook van jezelf.

Want de naaste IS als jezelf.

In de bijbel staan mooie voorbeelden van begeerte die verder gaat dan verlangen.

Adam en Eva begeren de vrucht aan de verboden boom en als ze die begeerte omzetten in een daad zijn zij opeens naakt.

Ze ontdekken hun naaktheid.

Koning Achab begeert de wijngaard van zijn buurman Naboth en zijn vrouw zet alles op alles om dat voor elkaar te krijgen.

David begeert de vrouw van zijn hoofdman Uria en zet alles op alles om haar te verkrijgen.

Dat is begeerte die leidt tot de zondige daad: hij laat Uria omkomen.

3) Begeerte

Begeerte is wat anders dan verlangen.

Het is kijken naar wat een ander heeft omdat je zelf niet tevreden bent met wat er is.

Ze komt voort uit eenzaamheid, minderwaardigheid of een groot verdriet.

Die begeerte van mensen maakt ontzettend veel kapot.

In het groot en in het klein.

Mensen gaan er uiteindelijk ook zelf aan kapot.

Ze worden er onvrij van.

4) Vrijheid

Wat is dan antwoord van het tiende woord op deze begeerte.

Hoe kom ik van die begeerte af?

Hoe kan ik die een beetje dimmen en reguleren?

In de 10 woorden werd van meet af aan het antwoord gegeven.

Dat antwoord hebben we elke zondag gelezen omdat het het motto is:

“Ik ben de Here uw God die u uit het land Egypte heb bevrijd”.

Precies die vrijheid noemt ook Paulus in zijn brief aan de Galaten:

‘jullie zijn geroepen om vrij te zijn’.

Als je echter die vrijheid misbruikt om je eigen verlangens te bevredigen dan heb je het eigenlijk niet goed begrepen en gevoeld.

Je bent vrij.

Het is al goed.

Je hoort bij God.

Je hoort bij Jezus, zegt Paulus.

Je mag leven in die Geest!

De heilige Geest.

Dat mag het fundament van je leven zijn.

Dan worden de begeertes vanzelf weer afgeschaald naar ‘verlangen’.

Verlangen waar je niks mee hoeft.

Je kan je concentreren op je eigen roeping, je eigen identiteit, je eigen levensweg die voor je ligt.

Dat beschermt je tegen onvrijheid

en dat beschermt ook de naaste tegen jouw begeerte die inbreuk maakt op het ‘huis’ van de naaste.

Paus Fransciscus heeft deze week een nieuwe encycliek ‘Fratelli Tutti’ gepresenteerd.

De rode draad en het fundament daarvan is deze: wij zijn allen broeders en zusters in Christus.

En dat heeft grote gevolgen voor onze manier van samenleven.

Op wereldnivo en op micro-nivo.

Zo is het.

Wij behoren toe aan God, wij zijn allen broeders en zusters, we behoren Jezus toe en de Geest van God is in ons allen gelegd.

Dan valt er niet veel meer te ‘begeren’.

Dan hoef je niet meer zonodig je ‘zinnen te zetten op’.

Jouw leven is goed genoeg in Gods ogen.

Je bent vrij en je naaste ook.

Als we dit goed in onze ziel zouden beseffen dan zou dat een hoop ellende schelen.

De tien woorden die wij behandeld hebben gaan over vrijheid.

Vijf woorden over God en vijf over de naaste.

En die hebben alles met elkaar te maken.

Als wij God alle eer geven dan geven wij onze naaste alle eer en vrijheid.

Dan halen wij niet meer naar ons toe, maar leven wij van onszelf af.

De vrijheid en de ruimte in

zo moge het zijn

Eerstvolgende viering

Actie Kerkbalans

Download de Collecte App

qr cvk