Zondag 23 februari 2020
Exodus 2:11-22 Mattheüs 20:20-28

Lieve mensen van God,

Het verhaal eindigt mooi, dat wel.
Zeven zussen, herderinnen, die worden geholpen door Mozes
als ze hun schapen te drinken willen geven en gehinderd worden
door mannen die natuurlijk altijd voorrang hebben.
Gewoon omdat ze de sterkste zijn want de sterksten zijn de baas in deze wereld.
En dan die uitnodiging van hun vader om Mozes mee te laten eten, leuk!
Plus het happy end van een huwelijk en een kindje. Prachtig toch?
Ja, en over die zeven vrouwen moeten we het straks nog even hebben,
maar hoe mooi het ook eindigt, er zit wel een smetje op het verhaal.
Mozes, straks de grote, bewogen leider die het opneemt tegen farao,
de man die de tien woorden van de ENE in ontvangst neemt,
waaronder het gebod: ‘Gij zult niet doodslaan’,
heeft uit pure woede toch maar een Egyptenaar doodgeslagen.
Een mens! Een slavendrijver, zeker. Maar toch een mens! Valt dat te rijmen?
Wordt het volk uit Egypte bevrijd door een misdadiger?

 

Misschien is het goed om ons eerst eens in te denken waar hij vandaan komt.
Dat zou zijn woede kunnen verklaren en hem zelfs rechtvaardigen.
En ja, waar kómt hij vandaan?
Gezoogd door zijn eigen moeder is hij opgegroeid aan het hof van de farao,
als pleegzoon van farao’s dochter, de prinses die hem in de Nijl had gevonden,
dobberend tussen leven en dood in een klein arkje van Noach.
Hoe hij het daar aan het hof heeft gehad weten we niet,
maar uit het verhaal blijkt dat hij heel goed weet dat hij daar niet thuishoort.
Dat het zijn broeders en zusters zijn, die mensen die daar zwaar te lijden hebben,
als slaven van farao. Het zal hem wel zijn ingepeperd aan het hof,
dat hij een vondeling was en dat hij erg veel geluk had gehad.
Ja dat hij wel heel blij mocht zijn dat hij leefde en niet was vermoord.

Op een goeie dag gaat Mozes, volwassen geworden, erop uit.
Weg uit de weelde van het paleis gaat hij zijn eigen volk opzoeken.
Het verhaal begint in de vertaling met het woordje ‘toen’:
‘toen Mozes volwassen geworden was,’.
Maar letterlijk staat er: En het geschiedde dat Mozes, volwassen geworden,..’enz.
En als dat er staat, ‘en het geschiedde,’ dan weet de geoefende lezer
dat dat meer betekent dan gewoon ‘toen’. ‘En het geschiedde’ betekent: let op,
God gaat aan het werk, er gaat iets gebeuren namens Hem of door Hem.
We letten dus goed op en wat gebeurt er: Mozes ziet.
Tot drie keer toe ziet Mozes wat er gebeurt.
En hij ziet niet zomaar, hij registreert niet als een camera,
nee het zien is een zien met het hart, het is een betrokken zien.
Eerst ziet hij de dwangarbeid van zijn eigen mensen,
dan ziet hij dat een Egyptenaar één van zijn mensen slaat.
Een slaaf die gewoon geslagen wordt door zijn drijver.
En in de derde plaats ziet Mozes om zich heen of er ook iemand in de buurt is.
Bij dit laatste zien van Mozes denkt de lezer al snel
dat Mozes eerst kijkt of er ook getuigen zijn van wat hij wil gaan doen,
namelijk die Egyptenaar doodslaan, maar dat hoeft niet.
Nee, zeggen andere ook Joodse uitleggers, Mozes kijkt om zich heen
of er ook iemand is om de man die geslagen wordt te helpen.
Of er ook recht gedaan zal worden. En als dat er niet is en slaven
dus gewoon kunnen worden geslagen, dán neemt Mozes het recht in eigen hand.
Hij neemt het op voor zijn broeder en slaat de Egyptenaar terug.
Een beetje hard, te hard, dat wel, want de man is dood.

Nou kun je natuurlijk zeggen: ja dat zal allemaal wel,
maar dat is toch niet echt de bedoeling, dat wij mensen
bij de eerste en de beste afranseling meteen voor eigen rechter gaan spelen.
Nee, maar dan denk je vanuit ons rechtssysteem, vanuit onze situatie.
Dominee Bonhoeffer werd drie weken voor de bevrijding opgehangen
door de SS omdat hij had meegedaan aan een aanslag op Hitler.
Die aanslag mislukte, maar had hij dat niet mogen doen?
Had hij het gebod ‘Gij zult niet doodslaan’ overtreden als de aanslag was gelukt?
Nee, zeggen wij dan, het is jammer dat het niet is gelukt.
Was Hitler vermoord, dan was de wereld hoogstwaarschijnlijk beter uit geweest
en hadden er veel mensenlevens kunnen worden gespaard.
Soms moet je iets verkeerds doen om een groter kwaad af te wenden.
Soms moet je met een kromme stok een rechte slag maken.
Nu zullen weinig mensen moeite hebben met dominee Bonhoeffer’s daad,
maar het wordt al wat anders als het gaat om SS-ers of landverraders,
of gevaarlijke NSB-ers die door het verzet werden uitgeschakeld, lees: vermoord.
Dan is het maar de vraag of je daarmee een groter kwaad kunt voorkomen.
We weten dat de Duiters keihard terugsloegen, na een aanslag.
Denk maar eens aan de 600 mannen uit Putten die werden weggevoerd
na een aanval op een auto met Duitse officieren.
Groter kwaad werd niet voorkomen door de aanslag, maar juist opgeroepen!
Soms lijkt het beter om het kwaad je aangedaan maar te verdragen.
Dat kan een moeilijke afweging worden en dat was het in de oorlog vaak ook.

Hoe dan ook, Mozes lijkt echter uit een diep gewortelde woede tot zijn daad te komen.
Hij hoeft niet lang na te denken als hij ziet wat er gebeurt:
als een SS-er een Jood slaat en vernedert, slaat hij de SS-er dood.
Ja, zo waren de verhoudingen wel ongeveer natuurlijk.
Het werden er veel te veel, die Hebreeërs, die immigranten.
Dat is gevaarlijk, straks pikken ze al onze banen en vrouwen nog in,
ja er is weinig veranderd door de tijden heen. Dus moesten alle jongetjes
die geboren werden meteen worden omgebracht. Klaar.
Vanuit die context wordt Mozes’ daad in elk geval begrijpelijker.
Het verhaal gaat dan steeds meer lijken op een film waarin je als kijker hoopt
dat ze de ellendeling flink te pakken zullen nemen.
Zeker als er geen recht en gerechtigheid bestaan en mensen zijn overgeleverd
aan de barbaarsheid van machthebbers die zich als goden laten vereren.
Daarom stel ik voor ons oordeel over Mozes’ daad maar op te schorten.
Zoals Paulus ook al schrijft: Wreekt uzelf niet, geliefden, want er staat geschreven:
‘Mij komt de wraak toe, zegt de Heer’.

Daar komt nog bij dat dit verhaal een soort van prelude is, een voorspel.
Zoals dat vaker gebeurt in de bijbel.
In dit kleine verhaal wordt het grote verhaal als het ware voorgespeeld.
Daarom is dat begin ook belangrijk: ‘En het geschiedde’: God gaat aan het werk.
Het grote verhaal is dat van de uittocht uit Egypte en hier, in Exodus 1 en 2,
klinken al de thema’s die straks verder ontvouwd zullen worden:
de klappen die Egypte krijgt om Israël te laten gaan
en het zien van God: God ziet –zoals Mozes ziet- wat zijn volk wordt aangedaan,
de ellende, de onderdrukking en de jammerklachten schreien ten hemel.
En er is geen recht, er is alleen barbaarse machtsuitoefening.

Over het zien van God en van Mozes moet nog wat meer gezegd worden.
Want dit zien van het lijden, dit zien met het hart, met compassie, is ongewoon.
Gewoon is het niet-zien, beter gezegd: het-niet-willen-zien, zeg maar het wegkijken.
De Amerikaanse president Trump gaat deze maand nog op bezoek in India.
En omdat hij komt, bouwen ze daar een enorme muur langs een sloppenwijk. Zogenaamd uit veiligheidsredenen, maar de bevolking weet wel beter:
hij mag niet zien hoe de mensen daar werkelijk leven, wegkijken moet ie.
De armoe en de ellende moet verborgen blijven dan hoeft er immers
ook niks aan gedaan te worden. Niet dat Trump dat zou gaan doen,
nee daar zijn ze echt niet bang voor, maar al die camera’s erbij, dát is het probleem.
Dan zit heel de wereld wat er gebeurt en dat wil je toch niet weten.
Wegkijken gebeurt natuurlijk ook in ons eigen landje.
Dat gebeurde in de oorlog toen de Joden werden afgevoerd
wel op een erg schandalige manier, al is het achteraf natuurlijk makkelijk praten.
Maar het gebeurt ook –al is het niet te vergelijken met de wegvoering van de Joden-
nu de Hoenderloo zorggroep gewoon gaat sluiten om financiële redenen,
hoe goed het ook gaat met onze economie en die 150 kinderen
die daar nu wonen en die nergens welkom zijn omdat ze heel moeilijk zijn
vaak gevaarlijk thuis en niet te handhaven, die moeten maar zien.
We kijken gewoon weg met elkaar en ja, we kúnnen toch ook vaak niet anders?
Wat moet je dan doen, behalve je vreselijk kwaad maken?
Daarom kijken veel mensen steevast niet meer naar al dat nare nieuws.
Je wordt er alleen maar somber van. Je wilt gewoon rust en wat leuks. Toch?

Daarom volgt nu de blijde boodschap van het evangelie.
Midden in de barbarij van een wereld waarin de mens de mens tot wolf is,
waarin de grote bekken en de miljardairs wel uitmaken wat democratie is,
en waarin de massa wegkijkt van alle ellende,
midden in die wereld ontstaat de beweging van de humaniteit.
Het is een beweging van het hart dat ziet en dat voelt en dat meevoelt
met de lijdenden. En vooral: dat in opstand komt.
Die beweging was er al in de natuur waar elk moederdier haar kwetsbare
jongen beschermt tegen alle geweld. Een tijdje geleden zag ik een prachtige
natuurserie over keizerpinquins en over de liefde waarmee een moederpinquin
haar dode jong tot leven probeerde te wekken. Andere pinquins haalden haar weg, anders was zij met het jong gestorven van de kou.
Ja, bij de vrouwen en vooral bij de moeders in deze wereld begint het.
Bij de dieren net als bij de mensen.
Zonder vrouwen stond het er bar slecht voor met deze wereld.
Zonder vrouwen was Mozes niet gered en niet geroepen tot een grote taak.
Samen waren het er twaalf: zijn moeder Jochebed, de twee vroedvrouwen
Sifra en Pua, zijn zus Mirjam, de prinses –dochter van farao, en dan de zeven dochters van Rehuël, later Jethro genoemd, de herderinnen die hij helpt
en die hem uiteindelijk een huisgezin bezorgen.
Twaalf, een verwijzing naar de twaalf stammen: moge Israël zijn als deze twaalf.
Zonder vrouwen dus geen Mozes en geen Israël.
Maar dan gebeurt het bijzondere, dat die natuurlijke liefde van de moeder
ook mannen voor zich wint en als het ware aan de oppervlakte komt.
Speelde de moeder en ook de moederliefde in een overheersende mannencultuur
altijd een zeer ondergeschikte rol, met de komst van Mozes wordt het
ook een mannendingetje en zelfs een religieus ding want die beweging,
die beweging van het hart, van de humaniteit krijgt een God,
een God wiens naam we met de Joden uit eerbied niet uitspreken,
een God die de mensheid op een heel ander spoor wil zetten,
op het spoor van de humaniteit, de compassie, het omzien naar elkaar.

O ja, het is nog een heel gevecht hoor voordat die God met zijn beweging
de voeten vast op de grond krijgt en een heel volk voor zijn plannen wint.
Dat zien we óók in de prelude van Exodus 2: die twee broeders van Mozes
die ruzie met elkaar hebben en Mozes’ hulp niet kunnen gebruiken,
staan als het ware model voor heel het volk dat doodsbang is
om bevrijd te worden want wat zal ons dat allemaal niet kosten.
Ze weten eigenlijk niet eens wat het is om vrij te zijn, ja hoe doe je dat?
De Braziliaanse pedagoog Paulo Freire schreef er een boek over:
‘De pedagogie van de onderdrukten’. Hij was ervan overtuigd dat de machthebbers
in zijn land de armen bewust dom hielden uit eigen belang.
Wat vrijheid is moet slaven en armen worden geleerd en dat gaat ook Mozes
nog de nodige problemen opleveren. Op zeker moment wil het volk terug
naar de vleespotten van Egypte, want hoe erg de slavernij ook was,
het was altijd beter dan omkomen in de woestijn, zeg maar.

En nog altijd is het moeilijk voor deze God in deze wereld.
Hoeveel profeten heeft Hij al niet gestuurd en dan krijgt de laatste,
Jezus van Nazaret, messias, met de titel zoon van God,
in zijn directe omgeving te maken met mensen die vooraan willen zitten,
naast Jezus als hij koning zal zijn in Gods koninkrijk.
Niet alleen Jacobus en Johannes, de zonen van Zebedeüs willen dat,
ook de andere discipelen willen dat: het oude denken, het machtsdenken
zijn ze nog lang niet kwijt. Jezus leert hen dat het in de beweging van God
gaat om het dienen van mensen en niet om gediend te worden.
Dat is een omkering van de opvatting dat je het best uit bent
als je het voor het zeggen hebt. Nee, zegt Jezus, in het er zijn voor anderen
zit een veel groter geluk verborgen, misschien wel het allergrootste.

Lieve mensen, ook wij worden vandaag weer opnieuw uitgenodigd
om de ogen te openen, om niet langer weg te kijken,
maar om te zien wat er gebeurt aan pijn en ellende.
We worden uitgenodigd om op te staan en de armen een stem te geven,
om de lijdenden bij te staan. Met vallen en opstaan. Met soms een kromme stok.
Ja om mee te doen met die beweging van het hart,
die beweging van de God van Israël, de beweging van de humaniteit,
want –ik citeer Bonhoeffer- want alleen bezig zijn met je eigen veiligheid
leidt niet tot vrede en, zei hij, er is geen gevoel dat groter geluk geeft
dan dat men voor andere mensen iets kan betekenen.

Zo moge het zijn

Eerstvolgende viering

  • Viering, 07 juni 2020 10:00 uur Kom niet naar de kerk: Alleen te beluisteren via de kerkomroep.

Digitale collecte

digitale collecte  

Omdat we niet kunnen collecteren in de eredienst vragen we u om uw collecte digitaal bij te dragen.

Klik hier om bij te dragen