Lieve mensen van de Jacobuskerk, gasten, gemeente van onze Heer Jezus Christus,

 

1) Drie thema's

Jacobus gaat vanmorgen weer flink tekeer tegen de mensen aan wie hij schrijft.

Op het eerste gehoor is het niet best gesteld met de mensen die hij aanspreekt in zijn brief.

Hij vindt ze jaloers, moordlustig, hoogmoedig en hij waarschuwt voor oordelen over elkaar en kwaadspreken.

 

In de voorbereidingsgroep afgelopen maandag stuiitte dat twee mensen erg tegen de borst.

Moet het nou allemaal zo negatief?

Een nader vond het juist wel mooi dat Jacobus zo stellig was!

Dat zet je een het denken tenminste.

Weer een ander vond het juist een prachtig hoofdstuk waarin goed duideklijk wordt gemaakt waar conflicten vandaan komen en  hoe je met elkaar moet samenleven.

Zo zie je maar dat de heilige Schrift voor ieder van ons weer anders overkomt....

Jacobus is echt weer een leraar in dit 4 hoofdstuk.

Met opzet gebruik hij zulke ferme taal om de mensen aan het denken te zetten.

Dat pastte in de wijsheidstraditie van die tijd.

Dat heeft in onze tijd bij sommigen dus een averechts effect.

Mensen kunnen zich er lamgeslagen door voelen.

Misschien moeten we daar een beetje doorheen lezen.

En dan blijkt, als je dieper en langer leest, dat er toch wel een mooie boodschap voor ons in te zitten.

En dat er ook wel een rode lijn in te zien is, ook al lijkt het hoofstuk op het eerste horen wat los zand.

 

De rode lijn die ik zie vind ik in vers 5 waarin Jacobus sprekt over de geest van de mens die hij van God gekregen heeft en waar God ook aanspraak op maakt.

Het gaat dus over ons binnenste, onze ziel, onze levenshouding, onze spirit.

En die geest kan je gebruiken voor jezelf en voor het goddelijke.

Als je je geest richt naar jezelf dan wil je de wereld om je heen naar je hand zetten.

En dat is de bron van de drie tehma's di volgen: conflicten, kwaadsprekerij en hoogmoed.

 

2) Conflicten

Het eerste uitvloeisel van de houding om de wereld naar je hand te zetten zijn conflicten.

Dat komt jammergenoeg heel veel voor.

In families, gezinnen, op de werkvloer, in kerken, in de grote wereld.

Op micro- en macro-nivo staan twisten mensen met elkaar, slaan elkaar de hersens in, of dagen elkaar voor de rechter.

Bron van al conficten die moord en twist is een verkeerd verlangen zegt Jacobus.

Je verlangt alleen maar wat je zelf wilt.

Je bent alleen maar gericht op je eigen begeerte, je eigen hartstocht.

Dat maakt jaloers en eigenwijs.

 

Vanwege die begeerte hebben we ook de 10 geboden gelezen.

Niet voor niks staat het gebod over de begeerte namelijk als laatste van de 10 genoemd.

Dat is de moeilijkste namelijk.

Stelen en moorden en echtbreuk komen allemaal voort uit de begeerte, het verkeerde verlangen.

 

Daar word je jaloers van en als je die begeerte laat groeien krijg je conficten.

Met een ander, met God, met jezelf.

Dat is wat Jacobus ' de wereld' noemt.

Vriendschap met de wereld is vriendschap met die wereld van conficten en jaloezie.

Het gaat hier zeker niet over de tegenstelling kerk-wereld bijvoorbeeld.

Alsof we ons verre moeten houden van de ongelovigen of zo.

Nee, het gaat om een LEEF-wereld waar je vanaf moet zien te komen.

De leefwereld van begeerte en alles naar je hand willen zetten.

 

Daar moeten en kunnen we vanaf, zegt Jacobus.

Het is mogelijk om die spiraal van jaloezie, conflict en twist te doorbreken.

Ook daarvoor gebruikt hij zware woorden die verkeerd over kunnen komen.

Je moet je zelf onderwerpen, vernederen zelfs.

Je moet jezelf reinigen, je hart zuiveren en je lachen veranderen in geween.

 

Dat is allemaal wel wat overdreven beste Jacobus.

Maar ik ga ervan uit dat je het goed bedoelt.

Dat je weet hoe hardnekkig onze begeerte en jaloezie is

en dat je ons in een nieuwe houding wilt zetten door je harde woorden.

 

Met die houding van nederigheid kom je namelijk juist in een vrije ruimte.

Niet meer je eigen IK, je eigen gelijk, je eigen verlangen staat voorop.

En dat scheelt een hoop kramp en twist.

Daardoor ontstaat juist RUIMTE.

Ruimte om naar het verlangen van de ANDER te luisteren.

Ruimte zelfs om naar het zuchten van de echte vernederden te luisteren.

En DAT is nou juist waar God ons toe oproept.

Om bij de vernederden te zijn.

En dan moet je in elk geval van je eigen begeerte af.

 

3) Kwaadsprekerij

De wereld naar je eigen hand willen zetten.

Dat is de rode draad in dit hoofdstuk.

Daar ontstaan twisten en conflicten van.

Maar ook het kwaadspreken over een ander komt ten diepste weg uit dat verlangen.

Daar hadden we het de vorige keer over, toen we het in hoofdstuk 3 hadden over de tong en roddelen.

Hier gaat Jacobus een spa dieper.

Veel mensen hebben namelijk moeite met het anders-zijn van een ander.

Dan hebben ze de neiging daar kwaad over te spreken en dat te veroordelen.

 

"Spreek geen kwaad van elkaar, broeders en zusters" zegt Jacobus.

Precies daarover gaat het in de bijbel: over het broeder- en zusterschap.

De andere mens blijft altijd een broeder of zuster, hoe die ander ook is of denkt.

Die broederschap proberen we hoog te houden in de kerk, te oefenen.

We proberen vanuit die broederschap verschillen te aanvaarden.

In plaats van elkaar vast te zetten in een hok, een vooroordeel,

houden we de deur naar de ander altijd open.

Want die ander blijft een zuster of broeder

en ons verlangen moet zijn om die zusterschap vast te houden.

Ook daarvoor is een soort nederigheid nodig.

Je moet je eigen waarheid aan de kant durven zetten en nieuwsgirig durven zijn naar de mening en de motieven van die ander.

Alleen dan ontstaat de ware broeder- en zusterschap.

Daarover gaat het in de wet van God.

De wet van de Liefde.

Heel opvallend laat Jacobus nu het woordje 'naaste' vallen.

Je broeder en je zuster is je 'naaste', gezien vanuit de Liefde.

 

4) Hoogmoed

De wereld naar je hand willen zetten.

Dat was de rode draad in Jacobus 4.

Dat leidt tot conflicten en tot kwaadsprekerij.

Tot slot leidt het ook tot een vreemd soort hoogmoedigheid.

 

Hier wordt het wel heel erg actueel.

Wij moderne mensen denken meer en meer dat wij de wereld naar onze hand kunnen zetten.

We maken allemaal plannen en zetten de tijd en de wereld naar onze hand.

Denken we.

 

"Welaan dan, laten we naar die en die stad gaan en daar handel drijven,

om te beginnen voor een jaar.

Dan kunnen we mooi geld maken"

 

Dat is de houding van de moderne mens.

In het klein en in het groot.

Maar o, wat blijkt het leven vaak anders te lopen....

"Het leven loopt vaak zo anders dan je denkt" zeggen mensen regelmatig tegen me.

De dood staat plotseling voor de deur.

Een ziekte doet al je plannen wijzigen.

Een ongeluk in je leven zet alles op de kop....

 

Bij de Rolderboys kwam een man op mij af en zei:

'ik moet de laatste tijd veel aan jou en de kerk denken'

Ik vroeg: hoe dat zo?

Hij zei: "een goede vriendin van ons is plotseling ernstig ziek geworden.

Ik dacht altijd: wat hebben we het toch goed voor elkaar,

alles goed geregeld,

maar nu, nu sta ik met lege handen.

Wat kunnen we nog?

Ik geloof niet in God, maar ik heb de neiging om naar de kerk te gaan"

 

Een bijzonder verhaal.

 

Wij moderne mensen denken dat we alles kunnen plannen en regelen.

De woorden die Jacobus gebruikt voor die hoogmoedige mens zijn treffend:

WIJ, ZULLEN, MAKEN, DE STAD, GELD.

Maar het zou wel wat bescheidener kunnen, zegt Jacobus.

Wat 'nederiger'.

Sorry dat ik het zeg.

Je zou beter kunnen zeggen: 'als de Heer het wil' zal ik dit of dat doen.

 

Hier komt de uitdrukking Deo Volente vandaan.

Latijn voor "Als God het wil"

De uitdrukking die oudere mensen wel kennen van vroeger als mensen bij hun aankodigingen altijd D.V. zetten.

"Als God het wil"

Dit wordt wel 'het voorbehoud van Jacobus" genoemd.

 

En het komt nog steeds voor!

In kerkblad van Assen schrijft ds. de Leeuw van de Sionsgemeente altijd boven zijn stukje:

"Voor allle berichtgeving geldt: 'zo de Heere wil en wij leven'.

 

Maar wat is de wil van God?

We geloven toch niet meer in een God die alles van te voren regelt en lukraak mensen spaken in het levenswiel steekt als het Hem niet bevalt?

Hij geeft ons toch vrijgheid en ruimte om plannen te maken en te zoeken naar zijn wil in ons leven?

 

Jazeker!

Wij worden hier als mensen niet in een hoek gezet.

We mogen de broederschap oefenen,

we mogen het samenleven oefenen

we mogen handel drijven en geld verdienen,

maar het gaat om de gerichtheid daarvan.

Is het om de wereld naar onze eigen hand te zetten,

vanuit onze eigen begeerte,

of staat alles wat wij doen in het teken van de broederschap,

van de wil van God die gericht is op naaste-zijn, Koninkrijk, liefde, vrijheid?

Een zekere bescheidenheid past bij deze levenshouding.

Ook hier dus.

 


5) Onze geest

Tot slot.

Hoofdstuk 4 van dit prikkelende Jacobusboek, lieve mensen, gaat over de gerichtheid van onze geest.

"Hij die ons de levensgeest geeft, maakt er vurig aanspraak op'

Zo staat het in vers 5.

Is onze geest erop gericht de wereld naar onze hand te zetten dan leidt dat tot conflicten, kwaadsprekerij, broedermoord en hoogmoed.

Als onze geest, onze gebeden en onze verlangens gericht zijn op God en de naaste

dan is dat een heel ander verhaal.

Dan zouden de conflicten er niet meer zijn.

Dan zou het afgelopen zijn met oordelen en kwaadspreken,

dan zouden wij onze grootse plannen anders afstellen.

 

Dat alles vergt een soort 'nederigheid'.

Dat is een woord waar wij moeite mee hebben.

Het is ook niet bedoeld om ons klein te houden, maar juist om ons op te laten staan tot een echt en waar leven.

In de voorbereidingsgroep wees iemand op het woordje 'naderen', dat Jacobus ook gebruikt.

Nader tot God, dan zal Hij tot u naderen"

 

Als u het moeilijk vindt om 'nederig' te zijn, probeer God dan maar te 'naderen'.

 

zo moge het zijn