Lieve mensen van de Jacobuskerk, gasten, gemeente van onze Heer Jezus,

 

1) Inleiding

De Nederlandse Spoorwegen heeft onlangs besloten om bij mededelingen op de stations de mensen niet meer aan te spreken met 'dames en heren', maar met 'reizigers'.

Zo voelt iedereen zich aangesproken, ook mensen die zich niet per se dame of heer voelen, maar iets ertussen in.

Dat noemen we met een duur woord 'genderneutraal' taalgebruik.

Je kunt dat overdreven vinden of juist heel 'inclusief', maar het geeft wel aan hoe belangrijk woorden kunnen zijn voor mensen.

Wat dat betreft heeft de kerk het trouwens altijd goed gedaan door haar gemeenteleden altijd aan te spreken met 'broeders en zusters'.

Heel genderneutraal.

Net als 'lieve mensen van de Jacobuskerk' trouwens.

Woorden zijn heel belangrijk.

Dat is het onderwerp dat Jacobus aansnijdt in zijn derde hoofdstuk.

Dat is heel opmerkelijk.

Want in het vorige hoofdstuk ging het juist over het punt dat het in het leven om de daden gaat en niet om de woorden!

Je kunt wel mooi tegen iemand die honger heeft zeggen: "heel veel sterkte",

maar als je niet zelf iets doet aan die honger dan zijn je woorden loos en leeg en ijdel.

 

Maar in hoofdstuk 1 had Jacobus ook al laten doorschemeren dat je woorden ook bij de daden horen!

'Je moet je tong in toom houden' schreef hij op de plek waar hij het ook had over het omzien naar weduwen en wezen.

Je woorden zijn dus ook een wezenlijk onderdeel van de dienst aan God!

Wat hoor je van God, wat zie je in de spiegel van zijn Woord, wat doe je ermee en nu: 

wat blijkt daarvan in je woorden?

 

2) Leraar zijn

Het gaat dus over de woorden die je spreekt.

Heel concreet.

Over de taal die je gebruikt.

Opvallend genoeg begint Jacobus dit hoofdstuk met de zin:

"je moet niet allemaal leraar willen zijn".

Hij bedoelt: je moet de ander niet de les willen lezen.

Je moet elkaar niet van bovenaf zeggen: 'zo moet het'.

Dat is een oordeel van bovenaf en met dat oordeel zul je dan zelf ook geoordeeld worden.

Dat zei Jezus ook al: "met de maat waarmee gij meet zult gij gemeten worden'. (Mattheus 7:1)

 

Nu is het wrange dat bijna alle mensen die met mij dit stuk van te voren lazen en bespraken zeiden:

"wat is die Jacobus toch een betweter en wat is hij toch negatief over ons mensen!

Alsof we het alleen maar fout doen en alleen maar negatief kunnen spreken met onze tong!"

Ze vonden Jacobus eigenlijk veel te veel een leraar die wel even zou zeggen hoe het moest!

En dan ook nog de lat heel hoog leggen!

Die woorden van Jacobus ontmoedigen alleen maar, zeiden ze.

Eén van de mensen zei: voor mij mag dat hele boek Jacobus wel uit de bijbel.

het is veel te negatief en veel te veeleisend.

 

Ik snap dat wel.

Het is ook nogal wat als er staat dat onze tong een 'onberekenbaar kwaad' is en 'een wereld van onrecht'.

Dat doet tekort aan al het goede dat er uit de monden van heel veel mensen komt!

Hoevaak komt het nu voor dat wij een ander echt met onze woorden de grond in trappen?

Natuurlijk maak je wel eens een 'slip of the tongue' en natuurlijk denk je soms achteraf:

'dat had ik anders moeten zeggen',

maar het grote deel van je woorden zijn toch op zijn minst goed bedoeld?

 

Ik denk dat dat waar is.

En Jacobus zegt ook dat de tong 'tot grootse dingen' in staat is.

Maar misschien is hij wel zo negatief en zo streng omdat hij heeft ervaren hoe vernietigend woorden kunnen zijn.

Hoeveel impact woorden kunnen hebben!

En waarschijnlijk is het daarom dat Jacobus zo overdrijft.

En ja, hij legt de lat hoog.

Om ons te prikkelen en in beweging te zetten.

Maar Jacobus, als je hier zou zijn vanmorgen, zou je van velen horen dat jouw goedbedoelde woorden bij velen een negatieve indruk maken.

Een bewijs dus van je eigen stelling dat je op je woorden moet letten....

 

3) De tong

Ik ga toch verder met mijn uitleg.

Want die harde woorden van Jacobus zetten ons ook op zijn minst aan het denken.

En de voorbeelden van de impact van taal op mensen zijn er genoeg.

Je tong kan als een vuur zijn en een heel bos in brand zetten, zegt Jacobus.

 

Kijk maar eens wat een enkele tweet van Donald Trump kan aanrichten.

Kijk maar eens wat voor schade wordt aangericht op Facebook door anonieme vuiligheid over moslims, buitenlanders of homoseksualiteit.

En waarschijnlijk hebben we allemaal wel eens een ervaring gehad van iemand die ons diep kwetste met zijn of haar woorden.

"Ik weet nu NOG dat mijn broer toen zei...."

Negatieve woorden kunnen een heel leven lang dooretteren.

Veel meer dan goede woorden jammergenoeg.

 

Zo is het ook met roddelen over een ander:

je verspreidt negativiteit met je woorden,

je zaait afstand en verwijdering.

Ik weet niet of er in Rolde veel geroddeld wordt.

Ik heb het nog niet zo gemerkt gelukkig.

Het valt me juist op dat mensen wel over elkaar praten, maar vaak neutraal of juist positief.

Maar misschien is uw ervaring anders.

 

Iemand stuurde me een mooi verhaaltje over de impact van roddelen op de samenleving.

Misschien kent u het al wel.

 

Een boer die allerlei roddelpraat over iedereen vertelde, kreeg spijt en vroeg aan de rabbijn hoe hij boete kon doen.

‘Verzamel een zak vol kippenveren, ga daarmee het hele dorp door en leg bij de mensen over wie je geroddeld hebt een veertje bij de deur.’

De boer dacht dat hij er zo makkelijk vanaf kwam en deed wat hem was opgedragen. Toen ging hij terug naar de rabbi en vroeg of het nu opgelost was.

‘Nee, nog niet,’ zei de rabbi, ‘nu moet je een zak nemen, langs al die huizen gaan en alle veertjes die je hebt neergelegd weer oppakken en verzamelen.’

‘Maar dat is toch onmogelijk?!’ protesteerde de boer. ‘De meeste veren zijn al lang door de wind weggeblazen.’

 ‘En zo is het ook met jouw roddelpraatjes’ was het antwoord. ‘Je strooit ze gedachteloos rond, maar wat je ook probeert, terughalen kan je ze niet.’

 

De invloed van je tong op de wereld is groter dan je denkt, zegt dit verhaal.

Daarvoor waarschuwt Jacobus dus ook: met je tong kan je je hele lichaam zelfs besmetten en een heel bos in brand steken.

En dan is de geest uit de fles en heb je er geen vat meer op.

Wees dus voorzichtig met je woorden.

"Laten uw woorden weinig zijn" zegt Prediker 5.

"Wees langzaam in het spreken", zegt Jacobus in hoofdstuk 1 al.

 

De tong van een mens.

Een klein orgaan, maar ook een krachtig orgaan, dat tot grootse dingen in staat is.

Je kan er God mee loven, maar je kan er ook je medemens mee vervloeken.

"Dat kan toch niet samengaan?" zegt Jacobus.

Uit een waterbron kan toch maar 1 soort water komen?

 

Het beroerde is dat dit dus WEL kan.

Een mens kan kiezen wat hij of zij zegt.

Dat maakt ons ook mensen!

En die woorden kunnen zalvend en helend zijn. Troostend.

Maar die woorden kunnen ook veel teveel zijn, oordelend, kwetsend.

Martin Luther King zette miljoenen mensen in beweging met zijn preek "I have a dream".

En Hitler zette miljoenen mensen aan tot grote misdaden met zijn opruiende speeches.

 

Let daarom op je woorden.

Laat ze weinig zijn in elk geval.

Wees langzaam om te spreken.

 

4) De bron van je spreken: wijsheid

Jacobus zegt het scherp: het KAN eigenlijk niet dat je de ene keer God zegent en vlak daarna een mens vervloekt.

Een waterbron kan geen zoet EN zout water geven.

Nu gaan we met Jacobus een stapje dieper.

Je woorden komen ergens vandaan.

Uit een bron.

Je tong heeft een hart, een bron, een begin.

Die bron van ons spreken kan zoet zijn of zilt.

het kan wijsheid zijn van Boven of van beneden.

 

Wijsheid dus.

Dat is de rode draad van het hele boek Jacobus.

Hoe kunnen wij mensen WIJS zijn, diep van binnen.

Geloven in God heeft te maken met die diepste bron, die diepste wijsheid, die je leven stuurt.

Is die wijsheid 'van beneden' dan zit je bron vol met jaloezie en egoïsme.

Is die wijsheid 'van boven' dan zit je bron vol met ontferming, vredelievendheid, zuiverheid.

 

Als je Bron vol zit met Goedheid dan zullen je woorden ook goed zijn en mild.

Als je Bron vol zit met zilt en zout water dan komt er al snel vuiligheid uit.

 

Jacobus komt dus uit bij de bron.

Wat is je innerlijk kompas, je innerlijke roer.

"Zoek dus de dingen die BOVEN zijn" zegt Paulus ergens anders (Colossenzen 3:1)

 

Hoe kun je dat doen?

Ik denk dat vers 9 daarvoor belangrijk is.

Daar staat: "met onze tong zegenen we God onze Heer en Vader en we vervloeken er mensen mee die naar Gods beeld geschapen zijn"

Dat is een cruciaal zinnetje.

Als je God werkelijk zegent en goed over Hem spreekt, dan kan je ook niet anders dan een ander zegenen.

En als je dan ook nog eens beseft dat een ander mens naar Gods beeld geschapen is dan laat je het wel om die ander te vervloeken!

Als we de ander zien als beeld van God, vol goedheid en scheppingskracht dus, dan kunnen we niet meer roddelen over die ander of die ander zelfs vervloeken waar die bijstaat.

Dan kunnen we die ander alleen maar 'zegenen' en goed spreken over die ander.

Dan verspreidt je goedheid i.p.v. kwaad.

 

5) Slot

Let op je woorden dus.

Dat is de boodschap van die aparte leraar Jacobus.

Wees niet teveel een leraar, die veel praat en oordeelt.

Maar blijf je leven lang leerling, die luistert naar de innerlijke stem van God.

Een leerling die ontvankelijk kan zijn voor de wereld van Boven.

Een mens die put uit de zoete bron van mildheid en vrede en zachtmoedigheid en van daaruit spreekt en handelt.

 

zo moge het zijn