Lieve mensen van de Jacobuskerk, gasten, gemeente van Jezus Christus,

 

1) Wie is Jacobus

De komende zondagen gaan we in de Jacobuskerk bezig met het bijbelboek Jacobus.

Het leek me leuk en interessant om dat boek eens door te nemen.

Ik had er nog nooit over gepreekt en nu ik terecht ben gekomen in zo'n mooie kerk met de naam Jacobus hebben leek me dat een mooie uitdaging.

 

Wie is die Jacobus eigenlijk, de schrijver van deze brief?

Daarover moet ik meteen helder zijn: het is niet de Jacobus naar wie onze kerk is vernoemd.

In de bijbel worden drie Jacobussen genoemd en dat is best even ingewikkeld.

De Jacobus naar wie onze kerk is vernoemd is één van de 12 discipelen van Jezus.

Een legende zegt dat zijn graf in Santiago de Compostella ligt en daarom is hij de patroonheilige van die pelgrimsstad.

Het attribuut van die heilige Jacobus is de schelp en omdat zo'n schelp ooit in onze kerk is gevonden, daarom is de kerk naar Jacobus vernoemd.

Deze Jacobus wordt ook wel Jacobus de Meerdere genoemd.

De Jacobus van onze brief is echter een andere Jacobus.

Hij wordt ook Jacobus de Mindere, genoemd, vandaar het plaatje voorop de liturgie.

Hij was een belangrijke christelijke leider in de eerste gemeente in Jeruzalem.

 

Deze Jacobus zou deze brief hebben geschreven, is de gedachte.

Het moet omstreeks het jaar 60 zijn geweest.

Zijn brief is geschreven aan de christenen 'in de verstrooiing' staat er bovenaan.

Bedoeld om de eerste christengemeenten die overal in de toenmalige wereld ontstonden moed in te spreken en te onderrichten.

 

De brief is dus niet gericht aan 1 bepaalde gemeente, zoals de brieven van Paulus bijvoorbeeld.

Het is een algemene brief die ook iets van een leerrede heeft: er worden allemaal onderwerpen aan de orde gesteld.

De inhoud van de brief lijkt ook wel een beetje op de bergrede van Jezus in Mattheus 5.

Verschillende onderwerpen passeren de revue, er wordt 'volmaaktheid' gevraagd en er ligt een sterke nadruk op het DOEN van het geloof.

 

De onderwerpen die aan de orde komen zijn:

- rijk en arm
- beproevingen en verleiding
- ware wijsheid
- de daadkracht van het geloof

In de komende 5 weken komen die onderwerpen stuk voor stuk langs.

 

2) Weerstand

De brief van Jacobus is een pittige brief die nogal wat van ons vraagt en die ook weerstand oproept.

In de groep mensen die dit hoofdstuk met elkaar voorbereidde kwam nogal wat weerstand naar boven!

Moeten we volmaakt zijn?

Mogen we niet twijfelen van Jacobus?

Meent hij nou werkelijk dat je van beproevingen in het leven beter wordt?

Zo makkelijk is dat toch niet?

 

Ook de theoloog Maarten Luther, die wij dit jaar zo uitvoerig gedenken, had zo zijn moeite met de brief van Jacobus.

Hij had moeite met de grote nadruk op de daden die je als christen moet doen, volgens Jacobus.

Het ging Luther vooral om het geloof in God en in de vergeving van het kwaad.

'Sola fide', zei hij, alleen door het geloof.

Als wij denken dat wij de hemel kunnen verdienen met onze daden dan worden we angstige en krampachtige mensen.

 

Dat is nogal wat.

Want in onze groep zei iemand juist: het geloof IS voor mij 'doen'.

Wat heb je aan geloof als er niets van blijkt in je dagelijks leven?

 

En iemand anders schreef mij deze week:

"mijn overtuiging is heel sterk dat God een werkwoord is - iets dat we aan elkaar moeten doen, iets wat niet vanzelf gebeurt - God is in jou en in mij omdat hij geen almachtig mannetje op een wolk is, hij kan niet zonder ons, wij moeten hem zíjn, hem dóen! 

Dit eerste hoofdstuk van Jacobus roept dus veel op.

Er staan mooie dingen in, maar het roept ook weerstand op.

Vanmorgen wilde ik me concentreren op de weerstand die het stuk over de beproevingen opriep en daarna op het stuk over de daadkant van het geloof.

 

3) Beproevingen

Eerst de beproevingen.

"Het moet u tot grote blijdschap stemmen als u allerlei beproevingen ondergaat", schrijft Jacobus.

"Gelukkig is de mens die in de beproeving staande blijft.

Want wie de proef doorstaat, ontvangt het leven".

 

'Dat is wel erg makkelijk gezegd' zei iemand in de voorbereidingsgroep.

Ik vind het namelijk erg moeilijk om staande te blijven in mijn leven.

Hoe doe je dat dan?"

 

Ik kan me zo'n reactie erg goed voorstellen.

Als er grote dingen op je levensweg komen, dan is dat toch niet iets om blij van te worden?

Als ziekte je leven beheerst,

of je leven wordt verteerd door depressies,

je hebt een ziek kind 

of je kunt niet meer werken, wat dan?

Ach, er is zoveel wat het leven van mensen op de proef kan stellen.

U en jij weten daar allemaal wel van.

Je wordt er toch niet blij van?

 

Daarnaast kan die beproeving ook bestaan uit een verleiding die van binnenuit komt.

Jacobus schrijft over de begeerte van een mens die van binnen werkt en die je op een heilloos pad kan brengen.

Dat is dus weer wat anders dan een beproeving die van buitenaf komt, door het leed dat je overkomt.

We kunnen denken aan de begeerte naar macht, aanzien, materiële dingen, etc.

Allemaal dingen die af kunnen leiden van waar het werkelijk om gaat.

 

Ja maar Jacobus, wat is dat dan?

Waar gaat het dan om?

Waarin moet je standvastig blijven?

 

Dat is volgens Jacobus het doen van de wet.

De wet van de vrijheid.

Het is 'weduwen en wezen bijstaan in hun nood'

Daar kom ik in mijn tweede punt op terug.

 

Beproevingen in het leven, van buitenaf,

maar ook de verleidingen van binnenuit kunnen je aan het twijfelen brengen over de koers in je leven.

Dat is heel logisch natuurlijk.

Als je terneergeslagen bent door het leven

of je bent zo verbijsterd door het leed dat anderen treft 

dan is het gevaar groot dat je het hoofd in de schoot legt.

En dan ben je ook vatbaarder voor verleidingen in het leven die je bij God en het doen van God weghouden.

 

4) Het doen van het geloof

Juist dan komt het aan op doorzetten, op standvastigheid, op wijsheid.

Daar kun je God om vragen en doe dat zonder twijfel, zegt Jacobus.

Vraag God om de wijsheid, om de standvastigheid en doe dat in vertrouwen en vol overgave.

 

Wat ook helpt zegt Jacobus is: kijken in de spiegel.

Kijken in de spiegel?

Dan zie ik toch allen maar mezelf en daar blijf ik nou juist in hangen!?

Nee, zegt Jacobus, kijk in de spiegel van de wet, de wet van de vrijheid.

 

Jacobus bedoelt dit:

jullie hebben gehoord van Jezus, er is een boodschap in jullie geplant, je bent een vrij en geliefd mens in de ogen van God, je bent geroepen tot vrijheid, leef daar dan ook uit.

Kijk goed in de spiegel en zie dat je een vrijgemaakt mens bent.

Geliefd.

Kijk goed en loop niet meteen weg.

 

Dit is een belangrijk stuk.

Jacobus heeft het dus over standvastigheid en wijsheid.

En hier heeft hij het over kijken in een spiegel.

Dat heeft allemaal te maken met je ziel, met je hart, met je innerlijke gerichtheid.

Geloven is een werkwoord, maar wel vanuit een innerlijke houding.

Die houding heeft te maken met vrijheid, standvastigheid, wijsheid.

Onberispelijkheid, zegt Jacobus in de laatste zin.

 

dat is niet niks.

Zelfs het woord 'volmaakt' valt.

"Jullie zullen volmaakt zijn" (vers 4).

Dat is geen eis waar we moe van worden, maar een richting, een doel.

We kunnen elke dag naar dat doel streven.

Door te vragen om wijsheid,

door te leren om te gaan met beproevingen en verleidingen.

 

En ja, Jacobus stelt het scherp.

Je kunt het!

God heeft een plan met je leven, namelijk: leven in vrijheid en de vrijheid van anderen bevorderen.

 

Het valt me op dat Jacobus daarbij ook denkt aan ons spreken en onze tong.

Niet alleen maar aan 'weduwen en wezen bijstaan in hun nood',

maar ook aan de manier van omgaan met onze tong.

Wat komt er uit onze mond?

Waarom komt er soms zoveel uit onze mond en luisteren we niet eens wat meer?

"Wees traag om te spreken,

traag ook in je boosheid.

Wees zachtmoedig"

 

Lieve mensen,

Dat is toch allemaal best mooi om te horen vanmorgen.

Als ik dat eerste hoofdstuk goed lees dan is niet alles helemaal duidelijk,

maar ik pik eruit dat geloven in God te maken heeft met goed in de spiegel kijken:

ik ben niet alleen mezelf, maar ik ben in de vrijheid gesteld.

Ik mag God vragen om wijsheid en standvastigheid.

En van daaruit letten op wat ik zeg met mijn tong: niet teveel in elk geval...

Van daaruit mag ik letten op hoe ik mij gedraag: zachtmoedig als het even kan.

En ik mag letten op wat ik doe: weduwen en wezen bijstaan.

Dus ook de mensen die weinig terug kunnen doen voor mij.

 

De daad bij het woord dus.

Welk woord?

het woord van God: je bent een vrij mens in mijn ogen.

 

Zo moge het zijn