Zondag 20 oktober, Ds. Jan Bos (de 100e preek van Jan Bos in de periode in Rolde!)

Teksten:

Lucas 8: 1-8 en Psalm 43

Overdenking

Lieve mensen van God, gemeente van Jezus Christus

1) Wachten!

In de bijzondere gelijkenis van vanmorgen over die rare rechter gaat het over bidden.

Dat staat er zelfs uitdrukkelijk bij: Jezus vertelde hun een gelijkenis over de noodzaak om altijd te blijven bidden.

Dat is duidelijk.

Dan weten we waar we aan toe zijn.

Als je dit verhaal een paar keer goed leest dan valt om te beginnen op dat er  heel veel tijdsaanduidingen in.

En die tijdsaanduidingen hebben allemaal te maken met lengte, volhouden, de lange duur:

‘Altijd’ bidden, de weduwe ging ‘steeds weer’ naar de rechter toe,

‘lange tijd’ wilde hij geen recht verschaffen. 

Ze bleef  ‘eindeloos’ bij hem komen

De uitverkorenen roepen ‘dag en nacht’.

Of laat hij hen ‘wachten’?

Deze gelijkenis gaat over volhouden.

Over de lange adem.

Ik moest denken aan al die mensen in Groningen die al jarenlang bezig zijn met compensatie voor hun beschadigde huizen.

Ik moest denken aan onschuldige gevangenen over heel de wereld die smachten naar recht.

Ik moest bij de weduwe in dit verhaal denken aan de dwaze moeders in Buenos Aires die 30 jaar lang elke week zwijgend protesteerden op het Plaza de Mayo en vroegen om opheldering over hun verdwenen mannen..

Wat een onmacht hebben al deze mensen ervaren!

2) Bidden tot God

Zoiets ervaren mensen ook vaak als ze bidden.

Het lijkt of hun gebed om rust of oplossingen niet wordt beantwoord.

En hoevaak hebben wij in deze kerk al niet gebeden om vrede in de wereld?

Heeft het geholpen?

“Het lijkt net of mijn gebeden niet verder komen dan het plafond” zeggen mensen dan.

“De hemel lijkt gesloten”

Heel vaak hebben we het gevoel dat er niet wordt opgenomen daarboven of dat we verkeerd verbonden zijn.

Of is dat bij u anders?

Ook in de bijbel hebben mensen die ervaring.

We lazen psalm 43 over de smachtende roep van de dichter naar recht.

Dat gebeurt in heel veel psalmen: God wordt aan zijn jasje getrokken: waar ben je?

Mijn God mijn God, waarom heb je mij verlaten? (psalm 22)

En ook Job legt zich in zijn ellende niet neer bij zijn ziekte.

Hij lijkt God zelfs ter verantwoording te roepen voor wat hem in zijn onschuld is overkomen.

Net als die man in het concentratiekamp Mauthausen die in zijn dodencel op de muur had geschreven:

"Als God bestaat zal hij mij om vergeving moeten vragen"

Een klacht vanuit de diepste ellende van een mens….

Maar toch zegt Jezus: altijd blijven bidden.

Paulus zegt het hem na: bid zonder ophouden.

Ik vind dat mooi, helemaal als je je bedenkt dat bidden niet alleen maar je handen vouwen is.

Bidden kan ook tijdens je werk, tijdens het wandelen, tijdens de afwas.

Bid zonder ophouden.

Dat is dus elk moment.

Bidden als een levenshouding.

een open houding, die telkens vraagt: waarom? Hoelang nog? Waartoe?

Nooit heb ik niets met God, schrijft Huub Oosterhuis

Geloven maakt dus ook altijd onrustig.

Het vraagt telkens naar het Koninrijk van God.

"Ja God, dat Koninkrijk van U, wordt dat nog wat?" dichtte Gerard Reve.

Geloven bevrijdt je niet van de vragen, maar stelt je er juist  ín.

Het geloof legt zich niet neer bij wat er is, maar is opstandig.

De mens stelt vragen aan God in het geloof.

Onophoudelijk.

Wij vragen om recht, dag aan dag.

Maar ook God vraagt aan ons!

Adam, waar ben je?

Kain, waar is je broer?

Wat heb ik jullie misdaan mijn volk (Micha)?

Waar was jij Job toen ik de aarde grondvestte?

En hier in Lukas 18: "als de zoon des Mensen komt, zal hij dan geloof vinden?"

God en mens: elke dag zoeken zij elkaar, als wanhopige geliefden.

Soms verwijtend, soms beminnend, soms vergevend.

3) De weduwe en de rechter

In de gelijkenis die Jezus vertelt zijn er twee hoofdpersonen: de weduwe en de rechter.

De weduwe staat in de bijbel altijd voor de mens die slachtoffer is en geholpen moet worden.

“Ware godsdienst is: omzien naar weduwen en wezen in hun nood” (Jakobus 1:27) zegt Jakobus bijvoorbeeld.

De rechter daarentegen staat juist model voor degene die hulp kan GEVEN.

De rechter is bij uitstek degene die mensen tot hun recht kan laten komen.

De weduwe klopt dag en nacht bij de rechter aan.

Ze heeft een geschil met een tegenstander.

Dat is herkenbaar.
Als je ziek bent geworden of arbeidsongeschikt, of werkeloos dan word je afhankelijk van uitkeringen, hulpverleners en bureaucratie.

In Nederland is dat wel goed geregeld vaak, laat dat voorop staan,

maar het komt ook maar wat vaak voor dat mensen juist in een malle molen terechtkomen en moeten opkomen voor hun recht, terwijl ze al in een moeilijke positie zitten.

Ik ken mensen die gek worden van de formulieren en de stroperigheid die zij ervaren in de jeugdzorg, in hun zoektocht naar hulp voor hun zoon of dochter....

En wat te denken van die mensen aan wie de belastingdienst jarenlang huurtoeslag inhield.

Nog steeds wachten zij op hun geld!

De weduwe in ons geval is nog strijdbaar.

Ze geeft het niet op.

Maar ze heeft te maken met een rechter die het opgegeven heeft om zijn werk te doen.

Het is allemaal zeer merkwaardig wat er staat:

Die rechter heeft geen ontzag voor God en laat zich niets aan mensen gelegen liggen, staat er.

Het kan hem eigenlijk niks meer schelen.

Hij doet zijn werk voor het geld en hij telt af naar zijn pensioen.

Die mensen kent u ook wel denk ik.

Je merkt gewoon dat ze er geen fut meer in hebben.

Leraren, dominees, werknemers in een bedrijf, hulpverleners, die hun tijd uitzitten en geen energie meer hebben.

Dat is niet stimulerend voor de groep waarin ze werken.

Het is grappig: we kijken zelfs een inkijkje in de ziel van die rechter.

Hij weet van zichzelf dat hij niet goed bezig is en dat hij geen ontzag heeft voor God en de mensen.

Ik denk trouwens dat dit met elkaar te maken heeft: ontzag voor God en liefde voor mensen.

Toch gaat de rechter uiteindelijk overstag voor de volharding van de weduwe en gaat hij aan het werk.

Maar eigenlijk alleen van het gezeur af te zijn.

Een merkwaardig verhaal.

Hoe realistisch is dit?

We herkennen er wel iets van, maar zo bont als deze rechter het maakt zie je het zelden gelukkig.

4) De boodschap

Jezus overdrijft wel vaker in zijn gelijkenissen om ons aan het denken te zetten en om iets duidelijk te maken.

Als zelfs deze totaal ongemotiveerde rechter recht verschaft, dan zal God toch ZEKER recht verschaffen aan zijn mensen aan hen die tot Hem roepen?

Zeker zal Hij recht verschaffen en spoedig ook.

De boodschap is duidelijk, maar in de praktijk ervaren wij dat dus niet.

Er wordt vaak helemaal geen recht verschaft en zeker niet spoedig!

Wat kunnen we dan met deze gelijkenis van Jezus?

Ik denk ten eerste dat we vanmorgen te horen krijgen dat ons gebed een bepaalde richting moet hebben.

Het moet gaan om RECHT.

Dat is de taak van de kerk: strijden om recht, bidden om recht.

De weduwe doet het ons voor.

We moeten niet bidden om gezondheid, om mooi weer, om een veilige terugreis of om een nieuwe vriend.

Dat zijn allemaal verlanglijstjes voor onszelf.

Ons gebed moet de richting van het RECHT hebben.

Ergens anders zegt Jezus: “Alles wat je bidt in mijn naam zal je geschonken worden” (Joh. 14: 13)

En ook: “Zoek eerst het Koninkrijk en zijn gerechtigheid” (Mattheus 6:33)

Bovendien bidt Jezus het ons voor in het onze Vader:

Uw wil geschiede

Uw Rijk kome

Uw naam worde geheiligd”

Ons gebed en ons geloof moet gericht zijn op recht voor de weduwe en de wees.

Voor hen die hulp behoeven.

Dat moeten we volhouden en niet opgeven!

We mogen ervan uitgaan dat dit gebed vruchten afwerpt.

“Als wij bidden zetten wij de aarde en de hemel in beweging” preekte mijn opa ooit eens.

Als wij in de Jacobuskerk of thuis bidden zetten wij iets in gang.

Op zijn minst bij onszelf.

Al die gebeden zijn kleine vonkjes, die uiteindelijk een vuurtje worden.

Bidden zonder ophouden dus, elk moment van de dag.

Dat is 'geloof'.

5) Slotzin

De slotzin van de gelijkenis is lastig te verstaan:

“Maar als de Mensenzoon komt zal Hij dan geloof vinden op aarde”?

Nu lijkt het net of Gods recht afhangt van ons geloof.

Ik denk ook dat dit zo is.

Als wij in de dag van de Heer en in de Mensenzoon blijven geloven

als we stug blijven volhouden om te vragen naar recht in de wereld

dan zal er uiteindelijk recht worden verschaft.

Zo eindigt ook de vragende psalm 43 in hoop.

“Hoop op God want ik zal hem weer loven.

Mijn Verlosser en mijn God”

Geloven is altijd blijven zoeken, hopen en zeuren om recht.

In ons gebed, maar ook in ons doen en laten.

Volhouden dus!

Afgelopen woensdag zongen we na de vergadering van de kerkenraad een prachtig Opwekkingslied dat de kern van deze gelijkenis verwoordt:

Maak ons hart onrustig God

dat het ontevreden klopt

als we mooie leugens horen

en gemakkelijke woorden

Maak ons hart onrustig God

Stort in ons uw tranen uit.

Mesnen worden uitgebuit

weggeschopt en opgesloten.

Zegen hen als WIJ hen troosten.

Stort in ons uw tranen uit.

Steek in ons uw woede aan 

om het onrecht te weerstaan

Geef ons moed om op te treden

laat ons vechten voor de vrede

Steek in ons uw woede aan 

Laat ons dwaas en koppig zijn.
Laat ons doorgaan tot het eind.
Gaat het onze kracht te boven,
laat ons dan in u geloven.
Laat ons dwaas en koppig zijn.

zo moge het zijn