Zondag 29 september 2019-10-12

Lucas 16: 19-31 

Jesaja 58: 1-10

Overdenking

Lieve mensen van God, gemeente van Jezus Christus

1) Hemel en hel

Ik denk dat ieder van u wel eens een mop over de hemel en de hel heeft gehoord.

Er zijn er heel veel van.

Als je goed luistert zie je dat al die moppen en verhalen vaak wat zeggen over wat over ons mensen zelf.

Zoals die mop van die man die wilde weten of er in de hemel gevoetbald werd, want daar hield hij zo van.

Hij vroeg het aan een priester en die beloofde het in gebed te gaan vragen aan de grote Baas.

De volgende dag kwam de priester terug en de man vroeg:

"En? Hebt u antwoord gekregen op mijn vraag?"

De priester antwoordde:

"Ik heb inderdaad antwoord gekregen. Ik heb goed nieuws en slecht nieuws. Wat wilt u het eerst horen?

De man zei: begin maar met het goede nieuws

De priester zei: er wordt inderdaad gevoetbald in de hemel.

Het slechte nieuws is ... dat u morgen staat opgesteld....

Zo zijn er veel meer moppen en verhalen over de hemel en de hel.

Allemaal zeggen ze impliciet ook iets over onze kijk op het leven.

Zo ook dit verhaal van Jezus in Lucas 16.

Eeuwenlang hebben mensen geloofd in een hemel en een hel zoals Jezus die in dit verhaal schetst.

Over een plek waar je pijn lijdt in de vlammen.

En over een andere plek waar je in de schoot van engelen en Abraham en God ligt.

Maar ik weet niet of Jezus dat zo geloofde.

Hij vertelde dit verhaal vooral voor het leven NU.

Om een inkijk te geven, een boodschap, een perspectief.

Zoals eigenlijk alle verhalen uit de bijbel dat willen doen: een perspectief geven.

 

Eigenlijk is dit verhaal een gelijkenis,

een onderdeel van een drieluik in Lucas 16.

een drieluik dat gaat over onze omgang met geld en bezit.

Het eerste deel ging over de onrechtvaardige rentmeester.

Dat hebben we een paar weken geleden gelezen.

In het tweede deel had Jezus het over het dienen van God OF het dienen van de Mammon.

En ook nu , in het derde deel, gaat het uiteindelijk over die keuze tussen God of geld.

Sowieso gaat het in het evangelie van Lucas veel over rijkdom en bezit.

Dit verhaal is dus een gelijkenis.

Maar er is een verschil met alle andere gelijkenissen die Jezus vertelde:

er komt een naam in voor: Lazarus.

De arme en onaanzienlijke heeft een naam,

de rijke niet.

2) Twee werelden

In deze gelijkenis schetst Jezus twee keer een hemel en hel.

Een hemel en hel na dit leven en een hemel en hel IN dit leven.

En tussen die twee zit in beide gevallen een grote kloof.

Dat woord  'kloof' wordt letterlijk genoemd in vers 26.

Tussen de pijn lijdende rijke man en Lazarus in de schoot van Abraham is een diepe kloof.

Maar die kloof was er ook al in het leven op aarde:

De rijke had mooie kleren om zijn lichaam, de arme Lazarus had zweren.

De rijke leefde in uitbundigheid, Lazarus lag voor de poort.

De rijke had mensen om zich heen, Lazarus alleen honden die zijn zweren likten.

De rijke man wordt begraven met alle égards, bij de begrafenis van Lazarus is zelfs geen dichter uit de "Poule des doods" aanwezig: dichters die de laatste eer bewijzen aan mensen die niemand hebben.

Nee, Lazarus wordt door geen enkel mens weggedragen.... 

Maar wel door engelen...

De kloof kan niet erger.

We hoeven niet lang na te denken als wij een parallel met onze wereld willen trekken.

Alleen al in ons land is er een grote kloof tussen de mensen die zwemmen in het geld en de mensen die over elk tientje na moeten denken.

En ondanks de economische groei zijn er nog steeds veel mensen die naar de voedselbank moeten en de eindjes maar moeizaam aan elkaar kunnen knopen.

De kloof tussen ons rijke dorp Rolde en achterbuurten van de grote steden is ook groot.

Onze diaconie heeft al jaren geen hulpvraag gehad uit het dorp.

En wereldwijd is het natuurlijk helemaal schokkend om te zien hoe de welvaart is verdeeld.

De Middellandse zee is één grote kloof tussen de asielzoekers uit Afrika en het rijke Europa.

Waarom doet Nederland eigenlijk niet mee met het plan van Duitsland, Italië en Frankrijk om de vluchtelingen op de Middellandse zee op te vangen?

Er is dus een kloof in dit verhaal tussen de rijke man en Lazarus.

Maar Jezus schetst een tweede kloof: de kloof die er is als beide mannen sterven.

Dat is ook het keerpunt in het verhaal.

"Het geschiedde" staat er.

Het geschiedde!

Dan komt God op het toneel!

Dat is in de bijbel de uitdrukking voor de beweging die er komt in het leven van mensen.

De rijke man wordt dus begraven met toeters en bellen, maar komt aan de overkant aan in een land vol vuur en pijniging.

Lazarus wordt door engelen weggedragen en mag aan de overkant rusten in de schoot van Abraham!

Ook hier is de kloof levensgroot aanwezig, maar de rollen zijn nu totaal omgekeerd!

Dat is de eerste boodschap van dit verhaal over hemel en hel:

als God ten tonele verschijnt dan worden de rollen omgedraaid en wordt rechtgedaan.

Dan worden de arme en hulpeloze mensen getroost

De naamloze, arme mensen hebben in de ogen van God altijd een naam!

En zij zullen niet sterven voor het zinloze Niets.

Dat zongen we vorige week in de vredesdiehst:

"Voor kleine mensen is Hij bereikbaar,

hij geeft hoop aan rechtelozen"

Dat is de eerste boodschap: er is troost, er is geen zinloos niets.

Geen enkel mens leeft voor niets.

Ik vind dat soms moeilijk te geloven, maar ik hoop het verschrikkelijk en ik laat het open dat al die te vroeg gestorven mensen,

al de gemartelden en al die tekortgekomen mensen recht wordt gedaan.

Voor altijd gecompenseerd voor het leed dat hen is aangedaan.

Rusten in de schoot van Abraham!

Maar het blijft niet bij die ene boodschap van troost.

Er zit ook een oproep in, een waarschuwing.

Want die kloof en die hemel en die hel,

die worden veroorzaakt door een manier van leven!

Door mensen die hun poorten gesloten houden.

Door landen die hun grenzen sluiten voor vluchtelingen,

door mensen die hun huis omheinen met heggen en camera's en schuttingen.

Door mensen die hun hand op de knip houden.

Door mensen die geen oog hebben voor een ander mens, die soms vlak voor hun deur ligt.

Door mensen die zichzelf alleen maar horen praten.

Door mensen die hun eigen mening krampachtig als de waarheid blijven zien.

Dat is de eigenlijke hel op aarde, wil Jezus zeggen.

Als mensen opgesloten zijn in hun eigen wereld, hun eigen bubbel, hun eigen volk, hun eigen kerk, hun eigen gelijk.

Dat betekent een kloof tussen arm en rijk, zwart en wit, autochtoon en allochtoon, eigen volk en vreemd volk.

3) Mozes en de profeten

Kan die kloof worden overbrugd?

In het verhaal smeekt de rijke man aan Abraham of hij Lazarus wil terugsturen naar de aarde om zijn vader en 5 broers te waarschuwen.

Dat klinkt mooi, het lijkt of de rijke man nu inziet waar het om gaat in het leven,

maar Abraham is onverbiddelijk:

"In de boeken van Mozes en de profeten staat alles wat je moet weten om de juiste keuzes te maken.

Het helpt niet als Lazarus terug zou komen om hen te waarschuwen.

Daar zullen ze toch niet naar luisteren omdat ze niet naar Mozes en de profeten hebben geluisterd."

Het is nogal een cru antwoord.

Maar wel helder.

Het wijst ons op het grote belang van de verhalen uit de bijbel.

Op het lezen van de verhalen uit het Oude Testament, die heel concreet gaan over recht enonrecht.

Over geld en goed.

Zoals in Jesaja 58.

Die verhalen uit het OT en de verhalen van Jezus geven ons telkens een nieuw perspectief.

Een perspectief, een droom, troost en oproep, gave en opgave, wet en evangelie.

Het zal geschieden!

Er komt beweging in je bestaan, verandering,

Jij arme zult worden getroost

En jij rijke wordt aan het denken gezet over een hemel op aarde.

waarin je de deuren van je leven opent voor de mens die aan je poort ligt.

Dat is het perspectief waarover wij elke zondag horen en dat de samenleving zo nodig heeft.

Omdat het gaat over de ware rijkdom.

4) Hemel en hel

Ik wil eindigen met NOG en verhaal over hemel en hel dat de boodschap van Jezus op een andere manier vertelt.

Op een dag kwam een vrouw die vroom geleefd had bij de hemelpoort.

Ze werd binnengelaten door een zekere Abraham en zag wat zij zich van de hemel had voorgesteld:

een grote feestelijke eetzaal, waar mensen aan lang, prachtig gedekte tafels zaten met verukkelijke spijzen.

Heerlijke geuren kwamen haar tegemoet.

Op de tafels lagn gouden lepels en gouden borden.

Tot haar verbazing echter zagen de mensener mager en slecht uit.

Toen ontdekte hij de oorzaak: iedere gast had een gopuden lepel met een hele lange steel

zodat het hen niet lukte de lepel naar hun mond te brengen.

De vrouw werd verdrietig van deze aanblik.

Maar haar begeleider Abraham wenkte haar naar een andere zaal toe.

Daar, in die andere zaal was het een waar feest:

ook hier prachtige tafels, gouden lepels met lange stelen en heerlijke gerechten.

Maar hier wist men ermee om te gaan:

iedereen gaf zijn overbuurman te eten met de lange lepels

en zo kreeg ieder wat hij nodig had.

zo moge het zijn...