Zondag 13 oktober 2019 

Lucas 17, 11-19  teksten

Leviticus 14: 1-10

Overdenking

Lieve mensen van God

1) Geloof als ontdekkingstocht

"Sta op en ga heen, je geloof heeft je behouden"

Dat zegt Jezus tegen die ene man, die Samaritaan die terugkeert om Jezus te danken.

Maar wat is dat eigenlijk, geloven?

Als ik het u zou vragen en ook wat u dan gelooft dan zou u toch even na moeten denken, denk ik.

Dit verhaal van die 10 melaatsen eindigt met het woord geloof, maar staat daarbij niet op zichzelf.

Hiervoor hadden de discipelen aan Jezus gevraagd: "geef ons meer geloof!"

Jezus had toen geantwoord met het geloof als een mosterdzaad.

Klein, maar o zo krachtig!

 

Wat is dat, geloven?

Onlangs schreef de nieuwtestamenticus Theo Witkamp een prachtig stuk hierover in een theologisch tijdschrift.

Hij pleitte er in dat artikel voor om het woord 'geloven' af te schaffen en te vervangen door woorden als 'ontdekkingstocht, wijsheid, vertrouwen'.

Geloven is niet iets statisch, maar een beweging.

Je gelooft niet in Iets, in een pakket waarheden, maar je voelt een bron, je hoort een stem die je op weg zet , je wordt getrokken door een horizon, een visioen, een perspectief.

Het geloof als ontdekkingstocht, als een gaan.

2) Jezus: grensganger

Ik moest aan dat artikel denken toen ik in Lucas 17 zag dat er wel heel veel woorden staan waarin beweging zit:

Jezus trok door het land

Hij wilde daar binnengaan

Tien melaatsen kwamen hem tegemoet

Ga je laten zien aan de priesters

Terwijl ze gingen.

Eentje keerde terug

Wilde niemand anders terugkomen?

Sta op en ga!

Ook Jezus gaat dus.

Hij is op reis naar Jeruzalem.

Zo heeft Lucas zijn evengelie geschreven: als een reis van Gallilea naar Jeruzalem.

En op die reis gaat Jezus allerminst de geijkte paden:

hij zoekt het niemandsland op hier, tussen Samaria en Gallilea door.

Dat is typisch Jezus: je krijgt geen vat op hem.

Hij doet altijd verrassende dingen.

En Hij zoekt altijd de randen op.

Zo heeft hij veel mensen geinspireerd en in beweging gezet.

Mij in elk geval!

Om uit je vaste kaders te treden en te zoeken naar de randen en naar dat wat over die randen heen is gevallen.

Naar het verlorene.

Dat is zijn beweging!

Hij had geen huis, geen plek om zijn hoofd neer te leggen, hij was constant in beweging, op zoek naar de verlorenen der aarde.

3) De 10 melaatsen: onze gevlektheid

Het verhaal vertelt dat hij een dorp wil binnengaan en dat er 10 melaatsen op hem afkomen.

Misschien is het wel een dorp waar alleen maar melaatsen wonen, afgezonderd van de bewoonde wereld.

Ze blijven op een afstand staan, zoals voorgeschreven.

Want hun ziekte is zeer besmettelijk.

Toch zoeken zij contact.

Ze roepen niet "onrein, onrein' zodat mensen op afstand blijven.

Maar ze roepen "Kyrie, eleison", ontferm u over ons.

Het is gebed om de nood in de wereld dat wij elke zondag bidden.

De schreeuw om recht en troost, waarin wij ons verlangen naar heelheid voor de wereld verwoorden en uitroepen.

Die melaatsen staan voor al die mensen in de wereld die lijden aan de onvolkomenheid van het bestaan.

Aan de zieken en gehandicapten,

aan de mensen die geisoleerd zijn, apart gezet.

aan de mensen die allemaal wel een onvolkomenheid bezitten.

Aan ieder mens zit wel een vlek of wat,

ieder mens heeft te maken met het kwaad dat hem overkomt of dat hij zelf doet.

Er is geen mens of er zit wel een vlekje aan.

Ja die 10 mensen staan voor de hele wereld, die roept om redding en genezing.

Heer, ontferm u over ons!

Het is een liturgisch gebed bijna.

Misschien is het wel niet voor niks dat het 10 melaatsen zijn.

Want pas met 10 mensen kan de eredienst beginnen in het joodse geloof.

Zo wordt dit verhaal ook een beetje een kerkdienst, met een Kyrie en straks een Gloria, een doxologie en een eucharistie.

Als die ene melaatse namelijk terugkomt om God te eren en te danken (eucharistie).

In de eredienst doen wij elke zondag hetzelfde: wij leggen onze noden voor aan de Heer.

En als wij dat doen weten we dat ons gebed lang niet altijd wordt verhoord.

Het zet ons in elk geval vaak zelf in beweging om de nood van een ander te lenigen.

En we zijn het kwijt.

We zetten het in the cloud, bij de Eeuwige.

4) Genezing?

In het verhaal van vandaag komt er een antwoord.

Een genezing zelfs.

Wat gebeurt er precies?

Wat doet Jezus?

Niet veel, op het eerste gezicht.

Eerst staat er dat hij hen 'aanzag'.

Hij kijkt ze in de ogen en wendt zijn blik en zijn hart niet af

Daarna stuurt hij de melaatsen weg.

Naar de priester.

Als je melaats was en je dacht dat het over was moest je volgens de joodse wet naar de priester voor een verklaring van genezing.

Dat hebben we gelezen in dat wonderlijke stuk uit Leviticus 14.

Daarin is niet duidelijk of de genezing alleen maar geconstateerd moet worden of dat deze ook door de rituele handelingen van de priester tot stand moet komen.

Maar Jezus stuurt de melaatsen op weg naar de priester en 'al gaande' worden ze genezen.

Jezus legt dus geen handen op, raakt ze niet aan, zoals in andere verhalen.

Hier is zijn stem voldoende: ga.

Zo is het ook bij ons mensen als wij in nood zijn.

Het is vaak voldoende als de één bij iemand terecht kan en kan zeggen: ontferm je over mij.

Luister naar me.

Laat me niet alleen.

En vaak is het voldoende als die ander luistert en stil is en zegt:

ik ben bij je, ik kan je niet genezen, maar je bent niet alleen.

Ga maar weer. Sta op.

Zo is het ook met God en geloof en het gebed.

Het ligt niet vast, het is geen een-tweetje van "u vraagt, wij draaien".

Wij roepen om ontferming.

En God zegt en roept: ga!

Daarmee legt Jezus de verantwoordelijkheid bij die melaatsen zelf.

Heel veel van je ziekte en onvolmaaktheid moet je uiteindelijk zelf dragen.

Je moet er mee aan het werk.

In haar boek "De keuze" vertelt Eva Egger over haar gruwelijke ervaringen in het concentratiekamp.

Wat haar overeind hield was haar eigen keuze om te willen blijven leven.

Zoiets speelt ook in dit verhaal.

Jezus hoort hen aan maar stuurt hen zelf op weg.

En dan worden zij al gaande genezen.

Gereinigd.

5) Geloof: op weg gaan vanuit en naar God

Maar het verhaal is nog niet af.

Eén van die 10 keert terug naar Jezus.

Hij valt voor zijn voeten om hem te danken. Eucharistie.

Jezus sluist die dank door naar God: 'wilde niemand anders komen om GOD eer te bewijzen'?

Dit slot is ingewikkeld.

Wat gebeurt hier?

Hebben die andere negen het nou helemaal fout gdaan?

Er zijn zelfs uitleggers die beweren dat die andere negen door hun ondankbaarheid vast wel weer ziek zijn geworden!

Maar dat kan ik niet geloven.

Zo klein denkt God niet, volgens mij.

Maar toch doet die ene Samaritaan iets bijzonders.

Hij keert terug om te danken.

Om de genezing te voltooien.

Hij ziet in dat Jezus de echte priester is die de genezing kan constateren.

Hij voltooit zijn genezing.

Het is gek: ik moet hier altijd denken aan mijn computer.

Soms moet ik op mijn computer een update installeren van een bepaald programma.

U kent dat vast wel: er popt een oproep op voor een update, dan moet je op allerlei knoppen drukken en je wachtwoord invoeren en na een paar minuten moet je je acties 'voltooien'.

Ik vraag me dan altijd af: wat voltooi ik dan?

Was het nog niet af dan?

Ook in dit verhaal is dat de grote vraag: wat was er nog niet af?

Die melaatsen waren toch genezen?

Dit is ingewikkeld, maar ik denk dat die Samaritaan zijn genezing nu inbedt bij God.

Dat is zijn geloof.

Hij legde zijn nood in de handen van God: ontferm u over mij!

En nu legt hij ook zijn genezing in de handen van God.

Die andere negen begrijp ik wel: ze waren zo blij dat ze direct naar hun familie waren gegaan om feest te vieren en de draad van het leven weer op te pakken.

Maar deze ene Samaritaan, die man van de andere kant van de grens, die buitenlander,

juist hij voelt dat het nog niet af is.

Hij moet de genezing voltooien en komt dankzeggen.

Hij valt neer voor de voeten van Jezus.

Het kwartje is bij hem gevallen: heel zijn leven zal hij nu in de handen van God leggen.

Zijn leven is leven vanuit God en naar God.

En in die tussentijd mag hij opstaan, en gaan, zegt Jezus.

Doordat deze Samaritaan terugkomt en dankt zal deze ene gebeurtenis nooit meer vergeten worden

en zal zijn geloof 'beklijven' in de rest van zijn leven.

Voor altijd ingebed in God.

Dat is het geloof, dat in beweging houdt en hele bomen kan verplaatsen 

Geloof als een mosterdzaad zo klein, maar o zo sterk!

zo moge het zijn