Overdenking zondag 4 augustus 2019

De gelijkenis van de talenten

teksten: Mattheus 25, 14-30 en Genesis 1: 26-30

 

Lieve mensen van God, gemeente van Jezus Christus,

1) Contekst

De gelijkenis over die talenten die Jezus aan het eind van zijn leven vertelt zit barstensvol symboliek en stof voor een goed gesprek.

Ik zou er wel drie preken over kunnen houden.

Maar dat doe ik niet.

Ik ga wel een aantal dingen proberen uit te leggen, maar de kern van vanmorgen is de uitleg van wat die 'talenten' zijn.

Dat is namelijk cruciaal.

Jezus vertelt de gelijkenis volgens het evangelie van Mattheus vlak voordat hij zal worden gearresteerd en gekruisigd.

Het verhaal is onderdeel van een langere rede over het 'einde der tijden', over de tijd dat er een oordeel wordt geveld over wat mensen hebben gedaan.

Het is een verhaal op het scherpst van de snede.

 

Daardoor is het ook een scherp verhaal geworden,

een verhaal dat ook irriteert en tot verzet oproept.

Waarom zo'n strenge afstraffingvan die derde knecht?

waarom die ongelijkheidtussen die drie knechten?

Het verhaal gaat op verschillende punten in tegen ons gevoel van rechtvaardigheid!

dat is wel vaker bij Jezus: zijn verhalen zijn niet zoetsappig, maar ze prikkelen en zijn soms een steen des aanstoots.

Toch denk ik dat die verhalen altijd goed bedoeld zijn.

Gericht op bevrijding en opstanding, met een open eind.

Ook in dit verhaal is dat volgens mij zo.

2) Essentie

De gelijkenis is een zeer diepzinnig beeldverhaal over de grond van ons bestaan.

Over het grote 'waarom' van het leven.

Jezus vergelijkt het leven van ons mensen met dienaren die van hun heer gaven krijgen, talenten.

Er is een man die alles wat hij bezit toevertrouwt aan zijn dienaren en op reis gaat.

In dat een zinnetje zegt hij nogal wat.

Ik lees daarin: God schept zijn wereld en geeft die aan zijn Adam en Eva om die te bewerken en te bewaren.

En ook aan ons geeft hij het Leven om dat 'te beheren'.

De knechten in de gelijkenis krijgen er geen handleiding bij.

Er staat alleen: 'beheren'.

Wat moet je ermee, met je leven?

Dat is nogal een vraag.

En is er inderdaad een moment dat die Heer terugkomt en rekenschap komt vragen?

Die met ons de balans komt opmaken...?

In de geloofsbelijdenis staat nogal duidelijk dat wij geloven dat Jezus terug zal komen om te oordelen levenden en doden.

En vroeger geloofden we daar ook een hemel en hel bij.

Daar werden mensen bang van, net als die derde knecht.

En geeft Jezus zelf niet aanleiding voor dat geloof, door te spreken over een uiterste duisternis, vol geween en tandengeknars..?

3) Talenten

Ik ben benieuwd naar uw gedachten bij dit verhaal.

Ik kan en wil er van alles over zeggen, maar ga beginnen bij de kern van het verhaal.

En die kern heeft alles te maken met de kijk op de talenten in dit verhaal.

Jezus geeft aan 3 knechten 8 talenten.

Acht zakken met een hoop geld, 8 x 6000 drachmen

Eén krijgt er 5, één krijgt er 2 en een krijgt er één, "een ieder naar zijn vermogen".

Heel veel mensen denken bij die talenten meteen aan ons woord voor talent:

je kwaliteiten, je zang- of kooktalent, je talent om te denken of te bouwen etc.

Je moet in je leven met je talenten 'woekeren', hebben ouders vaak gezegd.

Je moet er uit halen wat er in zit.

Hier gaat het mis.

Hier zijn mensen bang en overspannen van geworden.

Mensen hebben zich hierdoor opgejaagd en al te verantwoordelijk geveold.

er is een Heer, een God, die mij in de gaten houdt of ik wel voldoende met mijn gaven doe.

Zo was die derde knecht: hij zag zijn heer als een strenge Heer.

En zo hebben gelovigen ook vaak gedacht.

Maar ik denk dat met die talenten iets heel anders wordt bedoeld.

Wat zijn de bezittingen van God die hij ons in beheer geeft?

Het is de Liefde, het Leven, de Ontferming, de Barmhartigheid, het vermogen iets te scheppen uit het niets.

Het is het vermogen om lief te hebben en te bevrijden dat hij in de harten van de mensen heeft gelegd.

En ieder krijgt krijgt daar 'naar zijn eigen vermogen' van.

Er is onderscheid dus. 5-2-1.

Mensen zijn ook verschillend.

Dat verschil heeft te maken met de tijd waarin je bent geboren,

het land waarin je bent opgegegroeid,

de mogelijkheden die je als mens hebt gehad om te groeien,

je opvoeding,

je eigenschappen en begrenzingen.

Het is zo dat mensen verschillend zijn.

Maar die Liefde hebben ze allemaal gekregen.

En de één kan meer Liefde ervaren en uitdelen dan een ander.

Maar ook dat ene talent is veel en overvloedig.

In geld uitgedrukt: 6000 drachmen.

Maar het gaat juist NIET om geld.

Die talenten staan voor Liefde, Leven, Bevrijding en Ruimte.

Ieder mens krijgt dat overvloedig.

Gaven van de Geest.

Maar de een krijgt meer ruimte om die te ontwikkelen dan de ander.

4) Verschillende talenten: 5-2-1

Dat lijkt onrechtvaardig.

Vijf, twee en een.

Dat is toch oneerlijk?

De evanglist Lucas vertelt het verhaal ook op een andere manier: hij heeft een verhaal over 10 knechten die ieder 1 pond krijgen.

Dat lijkt eerlijker.

Maar Mattheus brengt een verschil aan.

Omdat mensen dus verschillend zijn.

Maar er is nog iets, nog een andere uitleg van dit verschil.

Nu wordt het ingewikkeld.

Bij het getal 5 denkt elke Jood aan de 5 boeken van de Tora (Genesis, Exodus, Leviticus , Numeri en Deuteronomium)

Bij het getal twee denkt een Israeliet aan de Torah die wordt uitgebreid met de Profeten.

de Wet en de Profeten.

God maakt zijn wil duidelijk in Wet en profeten.

Maar daarna laat hij nog 1 keer zien wat hij bedoelt met zijn aarde:

In 1 mens, in 1 talent, in Jezus zelf...

Die derde knecht, de laatste, lijkt het minst te krijgen, maar hij krijgt misschien wel het meest:

de zoon van God zelf...

En wat doet hij met zijn talent?

Hij begraaft het.

Jezus wordt gedood en begraven....

Volgt u het nog?

Dit is een zeer verrasssende kijk op de gelijkenis.

Het talent in de gelijkenis staat voor de Goedheid en de Liefde die wij mensen in beheer hebben gekregen.

En die wij in Jezus, dat ene talent, in zeer verdichte en zuivere vorm hebben ontvangen.

Maar wij mensen begraven Hem vaak, in plaats van Hem uit te delen.

Het is trouwens ook zeer opvallend dat bij de derde knecht het woord 'talent' verandert in 'geld'.

"Hij begroef het GELD van zijn heer".

De derde knecht denkt niet in Liefde, hij denkt in geld.

En dat verandert alles.

Die andere twee knechten, die van 5 en 2 talenten waren niet beter dan die derde.

Want ze hadden ieder naar vermogengekregen.

Een ieder op zijn eigen plaats en tijd, in zijn eigen leven.

Het verschil is dat zij die talenten op waarde hebben geschat.

Dat zij hebben de enorme overvloed en rijkdom van die talenten hebben gevoeld,

waardoor ze 'meteen' aan het werk gingen en de boel verdubbelden!

Gedeelde Liefde is dubbele liefde!

5) Duisternis, geween en tandengeknars: de derde knecht

Die eerste knecht zat er vol van!

In vers 20 staat maar liefst 4x het woord talent:

"De man die vijf talenten had ontvangen overhandigde hem nog 5 talenten en zei:

Heer, u hebt mij 5 talenten gegeven, hier hebt er u er vijf bij".

Zo ook de tweede.

Zij ervoeren een enorme band met hun heer.

Zij ervoeren vertrouwen.

Zoals er zo liefdevol en innig staat in het eerste vers: "een man riep zijn eigendienaren bij zich"

De eigenaren had vertrouwenin zijn dienaren en daarom gaf hij al zijn bezittingen in vertrouwen in beheer aan zijn eigen dienaren.

Maar die band werd door de derde niet gevoeld.

De derde maakt zijn heer zelfs uit voor een uitbuiter die maait waar hij niet heeft gezaaid.

Als je zo tegen het leven aankijkt dan wordt het leven een uiterste duisternis waar geween is en tandengeknars.

Als je leeft vanuit angst,

als je leeft vanuit het beeld van een strenge God,

dan wordt het tandenknarsen geblazen.

Geen feest.

Dan begraaf je het Goddelijke in je leven.

Dat is niet alleen maar een verhaal voor straks, na dit leven,

maar veel urgenter: voor nu! 

6) Leven vanuit de overvloed aan Liefde

Kun je in je leven aanvaarden dat je leven bomvol 'talent' zit?

Bomvol liefde en leven en vermogen om te bevrijden?

Durf je te aanvaarden dat ieder medemens die gaven heeft, ieder naar zijn vermogen?

Dan gaat alles vanzelf daarna.

Dan ga je 'meteen' aan de slag en weet je wat je te doen staat.

Dat is geen opdracht, geen taak die je overspannen kan maken, geen verantwoordelijkheid, die je tot last is,

maar het is een Gave die maakt dat je vrij en liefdevol kunt leven.

Hier gaat het over onze grondhouding naar het leven toe.

We mogen onszelf zien als geliefde dienaren van een heer die ons al zijn Liefde toevertrouwt.

Als je dat voelt dan is er geen sprake meer van meer of minder,

van verschillen tussen mensen,

dan hebben we alleen maar over het feestmaal dat het leven kan zijn.

zo moge het zijn